EN/NL/DE

Het korte antwoord

Voor speelmateriaal varkens wetgeving geldt dat je alle varkens permanent voldoende materiaal moet geven om te onderzoeken en mee te spelen. Dat materiaal mag niet schadelijk zijn voor hun gezondheid. In de praktijk betekent dat: materiaal dat eetbaar, kauwbaar, onderzoekbaar en manipuleerbaar is, voor elk dier bereikbaar en altijd aangevuld. Bij renovaties van biggen- en vleesvarkenshokken merkt Van Osch B.V. dat het materiaal zelf zelden het knelpunt is. Het probleem zit meestal in de houder, de plek in het hok en hoe vaak een medewerker moet bijvullen. Regel je dat in de hokinrichting, dan voldoe je elke dag aan de eisen en niet alleen op de dag van de controle.

Speelmateriaal voor varkens: waarom de houder en hokplek vaker het probleem zijn dan het materiaal

Belangrijkste punten

  • Artikel 2.14 van het Besluit houders van dieren verplicht stro of ander materiaal voor gespeende varkens en gebruiksvarkens, om agressie in groepen te beperken.
  • De rechtbank Rotterdam oordeelde in 2024 dat het materiaal uit artikel 2.22 continu in de stal aanwezig moet zijn.
  • Aanbeveling (EU) 2016/336 noemt vier eigenschappen: eetbaar, kauwbaar, onderzoekbaar en manipuleerbaar. Een losse metalen ketting heeft er geen een van.
  • NVWA-controleurs letten op bereikbaarheid, daadwerkelijk gebruik, type materiaal en de manier van verstrekken.

Waarom is een ketting in het hok niet genoeg voor de wet?

Je loopt door de biggenafdeling en in elk hok hangt een ketting met een plastic bal. Jarenlang was dat de standaardoplossing. Toch komt juist deze opstelling bij inspecties vaak als tekortkoming terug. De wet vraagt namelijk niet om “iets om mee te spelen”, maar om materiaal dat varkens kunnen onderzoeken, stukbijten en opeten.

Speelmateriaal voor varkens: waarom de houder en hokplek vaker het probleem zijn dan het materiaal

Dat de lat hoger ligt dan veel mensen denken, bleek al uit een evaluatie van de Europese Commissie (2016). Daarin staat dat een meerderheid van de ambtenaren van de lidstaten ongeschikte materialen zoals metalen kettingen aanvaardbaar vond. Ook gold geschikt materiaal soms als niet te combineren met de mestafvoer. Die twee punten spelen nog steeds in veel stallen: de ketting voldoet niet, en stro of ander los materiaal lijkt niet te passen bij de roostervloer.

Wie dit oplost, kijkt dus niet alleen naar het materiaal. Je kijkt naar het hele hok: waar komt de houder, hoe bereikbaar is hij, en wat valt er door de roostervloer?

Speelmateriaal varkens wetgeving: wat staat er precies in de regels?

Hokverrijking is materiaal dat varkens permanent kunnen onderzoeken, manipuleren en deels opeten, en dat niet schadelijk is voor hun gezondheid. Die definitie komt uit drie lagen regelgeving die op elkaar voortbouwen. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) staat speelmateriaal in hetzelfde rijtje als de regels voor groepshuisvesting, roostervloeren en dag- en nachtritmes.

Het Besluit houders van dieren: artikel 2.14 en 2.22

De basis ligt al lang vast. Het oorspronkelijke Varkensbesluit (Staatsblad 2003, 184) eiste al dat varkens permanent beschikken over voldoende materiaal om te onderzoeken en mee te spelen. Die eis staat nu in artikel 2.22 van het Besluit houders van dieren. Daarnaast verplicht artikel 2.14 maatregelen om agressie in groepen te beperken, “waaronder in ieder geval het verstrekken van stro of ander materiaal aan gespeende varkens en gebruiksvarkens.”

De reden staat in de Nota van Toelichting (Staatsblad 2014, 210): agressie in groepen komt volgens de wetgever voor een belangrijk deel door stress of verveling, en afleidings- en speelmateriaal kan dat beperken. Hoe streng “permanent” wordt gelezen, blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Rotterdam (2024). Die kon artikel 2.22 niet anders lezen dan dat het materiaal continu in de stal aanwezig moet zijn.

De Europese aanbeveling met vier eigenschappen

De Nederlandse regels zijn gebaseerd op de Europese varkensrichtlijn 2008/120/EG. In 2016 werkte de Europese Commissie die uit in Aanbeveling (EU) 2016/336. De Nota van Toelichting bij Staatsblad 2023, 327 neemt de vier eigenschappen uit die aanbeveling over: eetbaar, kauwbaar, onderzoekbaar en manipuleerbaar. Materiaal met alle vier telt als optimaal. Materiaal met een deel ervan is suboptimaal en moet je combineren. Materiaal dat alleen afleiding geeft, zoals een ketting, is van ondergeschikt belang.

Wat de NVWA en IKB in de stal controleren

Bij inspecties kijken NVWA-controleurs onder meer of varkens goed bij het materiaal kunnen, of ze het echt gebruiken, welk type materiaal er ligt en hoe het wordt verstrekt. Voor deelnemers aan IKB Varken gaat het nog verder. Het interpretatiedocument van IKB Varken werkt met negen indicatoren: veilig, eetbaar, kauwbaar, wroetbaar, afbreekbaar, vernieuwend, bereikbaar, beschikbaar en schoon. Drie daarvan (bereikbaar, beschikbaar, schoon) bepaal je grotendeels met de hokinrichting, niet met de keuze van het materiaal. Wil je zien hoe deze eisen samenhangen met de rest van het hok, lees dan ook welke wettelijke eisen het ontwerp van een vleesvarkensstal bepalen.

Zelf aan de slag:

  • Loop elk hok langs en noteer per hok welke van de vier eigenschappen het aanwezige materiaal heeft.
  • Hangt er alleen een ketting of bal? Dan voldoet dat hok niet aan de vier eigenschappen en is aanvulling nodig.
  • Check of het materiaal er ook op maandagochtend ligt, na een weekend met minder bezetting.
  • Neem je IKB-deelname mee: toets dan ook op de negen indicatoren, niet alleen op de wettelijke vier.

Hoe richt je een hok in zodat afleidingsmateriaal altijd bereikbaar is?

Wie hokverrijking als losse aankoop ziet, blijft dweilen met de kraan open. Het materiaal raakt op, valt in de mestkelder of ligt onder de drinkbak in de natte hoek. De aanpak die Van Osch B.V. bij maatwerkprojecten hanteert, begint daarom bij de plek en de houder, en pas daarna bij het materiaal. Een vaste RVS-houder voor speelmaterialen wordt zo onderdeel van het hokontwerp, net als de trog en de drinkbak.

Speelmateriaal varkens wetgeving: Waarom is een ketting in het hok niet genoeg voor de wet?

De plek in het hok

De verrijkingsplek hoort in de ligzone of op de grens van lig- en activiteitszone, niet in de mesthoek. Materiaal dat bevuild raakt, voldoet niet meer aan de eis “schoon” en wordt door varkens ook minder gebruikt. Plaats de houder ook niet direct naast de trog of voertrog: daar is het rond voertijd al druk en wordt rangorde gevochten.

Houder, hoogte en het aantal plekken

De houder bepaalt of materiaal dosseerbaar is. Een raufe of dispenser met een open onderzijde laat varkens stro of ruwvoer eruit trekken, terwijl de voorraad droog blijft. De ophanghoogte stem je af op de diergroep: voor gespeende biggen ligt die doorgaans fors lager dan voor vleesvarkens tegen het einde van de mest. Als vuistregel geldt: meer dieren per hok betekent meer gelijktijdige toegang. Bij grotere groepen kies je eerder voor twee plekken dan voor één grote houder.

Materiaal en roostervloer

Het bezwaar dat stro de mestafvoer verstopt, is reëel bij volle hoeveelheden op de vloer. Met een houder die kleine porties vrijgeeft, valt veel minder door de roostervloer. Let ook op het materiaal van de houder zelf. RVS is bestand tegen urine, reinigingsmiddelen en bijtgedrag. Bij kunststof hangt het af van de wanddikte en de plek, zoals beschreven in welke kunststof onderdelen in kraamhok en biggenstal sterk genoeg zijn.

Opstelling Eigenschappen volgens 2016/336 (van 4) Indeling Bijvullen in de praktijk Risico voor mestafvoer
Metalen ketting alleen 0 van 4 Ondergeschikt belang Niet nodig Geen
Ketting met zacht hout 3 van 4 (kauwbaar, onderzoekbaar, manipuleerbaar) Suboptimaal Doorgaans elke 1 tot 4 weken vervangen Laag
Stro of hooi in raufe of dispenser 4 van 4 Optimaal Doorgaans dagelijks tot om de 2 dagen Laag bij kleine porties
Stro los op de vloer 4 van 4 Optimaal Meestal 1 tot 2 keer per dag Hoog bij volle roostervloer

De tabel laat zien waarom de combinatie het verschil maakt. Een houder met stro of ruwvoer scoort optimaal, zonder de nadelen van los strooien. Een stappenplan voor bestaande hokken:

  1. Inventariseer per afdeling de huidige opstelling en het aantal dieren per hok.
  2. Bepaal per hok de plek buiten de mesthoek en uit de buurt van trog en drinkbak.
  3. Kies een houder die past bij de hokmaat en de bevestigingspunten van de hokafscheiding.
  4. Leg het bijvulmoment vast in de dagelijkse ronde, gekoppeld aan een vaste taak zoals de voercontrole.

Hoe ziet dat eruit bij een renovatie van een biggenafdeling?

Theorie is één ding. Hoe het uitpakt in een bestaande stal met vaste maten, laat het volgende voorbeeld zien.

Praktijkvoorbeeld: een typisch scenario in de varkenshouderij (illustratief)

Stel, een bedrijfsleider van een gesloten bedrijf met enkele honderden zeugen renoveert de biggenafdeling. In elk hok hangt een ketting met een stuk hout, en bij een inspectie is opgemerkt dat het hout in een deel van de hokken op was. Medewerkers vullen nu bij “als ze het zien”, wat in drukke weken neerkomt op te laat.

Bij de renovatie wordt de verrijkingsplek meegenomen in het hokontwerp, met een aanpak vergelijkbaar met hoe een producent van maatwerk stalinrichting werkt. Per hok komt een RVS-houder voor ruwvoer of stro, bevestigd aan de hokafscheiding in de ligzone. De ketting met hout blijft hangen als extra afleiding. De houders zitten aan de gangzijde, zodat een medewerker ze vanaf het voerpad bijvult zonder het hok in te gaan.

Na enkele maanden is het verschil duidelijk merkbaar. Bijvullen is een vast onderdeel van de ochtendronde geworden en kost per afdeling weinig extra tijd. Bij een volgende controle is het materiaal in alle hokken aanwezig en bereikbaar. Exacte resultaten verschillen per bedrijf, maar de structurele verbetering zit in de inrichting, niet in de inzet van één medewerker.

Wat dit voorbeeld laat zien: de wettelijke eis wordt pas houdbaar als hij in de routing van medewerkers past. Een houder die je alleen kunt bereiken door het hok in te stappen, wordt in drukke weken overgeslagen. Hoe je biggenhokken verder indeelt, zie je bij de complete hokinrichting voor biggen.

Zelf aan de slag:

  • Meet hoe lang een medewerker nu per afdeling bezig is met hokverrijking aanvullen.
  • Bekijk per hok of de houder vanaf het voerpad bereikbaar is. Zo niet, noteer het als aanpassingspunt.
  • Leg vast wie verantwoordelijk is in het weekend en tijdens vakanties.
  • Plan de aanpassing mee met de eerstvolgende renovatie of vervanging van hokafscheidingen.

Wat levert een vaste verrijkingsplek op in de dagelijkse praktijk?

Een goed ingerichte verrijkingsplek maakt naleving voorspelbaar. Waar materiaal eerst afhing van wie er dienst had, wordt het een vaste handeling op een vaste plek. Dat scheelt zoekwerk en discussie, en het maakt een inspectie minder spannend.

Speelmateriaal varkens wetgeving: wat staat er precies in de regels?

Daarnaast is het goed te controleren. Een medewerker ziet in één oogopslag of een houder leeg is, net zoals bij een trog of drinkbak. In de praktijk merken bedrijven dat het aanvullen van een houder doorgaans minder werk is dan steeds nieuw hout ophangen of stro opruimen dat door de roostervloer is gezakt. En een RVS-houder gaat bij normaal gebruik vaak net zo lang mee als de hokinrichting zelf, terwijl je kettingen en hout periodiek vervangt.

Welke fouten zie je vaak bij hokverrijking in biggen- en vleesvarkenshokken?

De meest gemaakte fout is denken dat één type materiaal voor de hele levensfase werkt. Gespeende biggen gaan anders met materiaal om dan vleesvarkens van ruim honderd kilo. Een houder op de juiste hoogte voor biggen is na enkele weken te laag voor dezelfde dieren als ze groeien, en andersom.

Een tweede fout is de verrijkingsplek als laatste intekenen. Dan blijft er alleen een plek over naast de drinkbak of in de mesthoek. In de ervaring van Van Osch B.V. met renovatieprojecten levert het meeste op wie de houder in dezelfde ontwerpronde vastlegt als trog, drinkbak en roostervloer. Achteraf boren in hokafscheidingen geeft zwakke bevestigingspunten.

De derde fout is materiaal dat bij controle aanwezig is, maar niet gebruikt wordt. De NVWA kijkt ook naar daadwerkelijk gebruik. Een blok hout dat na weken nog ongeschonden hangt, is voor de dieren kennelijk niet interessant. Varkens zoeken afwisseling, en dat is precies waarom “vernieuwend” een van de IKB-indicatoren is.

Tot slot onderschatten veel bedrijven de mestafvoer. Wie overstapt op stro zonder houder, krijgt vaak verstoppingen en grijpt dan terug naar de ketting. Kleine porties uit een dispenser voorkomen dat.

Zelf aan de slag:

  • Heb je biggen en vleesvarkens in hetzelfde hok tot aflevering? Kies dan een houder die in hoogte verstelbaar is.
  • Hangt materiaal na 2 tot 3 weken nog onaangeroerd? Vervang het door een ander type.
  • Zakt er dagelijks zichtbaar stro door de roostervloer? Verklein de porties of verplaats de houder naar de dichte vloer.
  • Teken bij nieuwbouw de verrijkingsplek in op de eerste plattegrond, niet bij de montage.

Veelgestelde vragen

Is speelmateriaal voor varkens wettelijk verplicht?

Ja, hokverrijking is verplicht voor alle varkens op grond van artikel 2.22 van het Besluit houders van dieren. Varkens moeten permanent beschikken over voldoende materiaal om te onderzoeken en mee te spelen. Voor gespeende varkens en gebruiksvarkens vraagt artikel 2.14 daarnaast expliciet om stro of ander materiaal tegen agressie in groepen.

Is een ketting genoeg als speelmateriaal?

Een ketting alleen is onvoldoende, omdat hij niet eetbaar, kauwbaar of afbreekbaar is. De Europese aanbeveling 2016/336 deelt zulk materiaal in als van ondergeschikt belang. Combineer een ketting altijd met materiaal dat alle vier eigenschappen heeft, zoals stro of ruwvoer in een houder.

Welk speelmateriaal is het beste voor gespeende biggen?

Optimaal materiaal voor biggen is eetbaar, kauwbaar, onderzoekbaar en manipuleerbaar, bijvoorbeeld stro, hooi of ander ruwvoer. Bied het aan in kleine porties via een houder op een lage hoogte, zodat elke big erbij kan. Controleer dagelijks of de houder nog gevuld is.

Wie helpt bij het inpassen van hokverrijking in een bestaande stal?

Een producent van stalinrichting die maatwerk levert, kan houders afstemmen op je bestaande hokmaten en bevestigingspunten. Van Osch B.V. werkt bijvoorbeeld de verrijkingsplek uit in dezelfde ontwerpfase als trog, drinkbak en roostervloer. Leg daarbij vooraf vast of je vanaf het voerpad wilt kunnen bijvullen.

Waar let de NVWA op bij controle van hokverrijking?

NVWA-controleurs beoordelen vier punten: of varkens bij het materiaal kunnen, of ze het echt gebruiken, welk type materiaal er ligt en hoe het wordt verstrekt. Materiaal moet volgens de rechtbank Rotterdam (2024) continu aanwezig zijn. Een lege houder op het moment van controle telt dus als tekortkoming.

Conclusie

De speelmateriaal varkens wetgeving is helder over het doel: permanent, voldoende en geschikt materiaal voor elk dier. Waar het in de praktijk misgaat, is zelden de wil, maar bijna altijd de uitvoering. Er hangt een ketting die niet voldoet, het materiaal ligt in de mesthoek of de houder is alleen bereikbaar door het hok in te stappen.

Wil je structureel voldoen, begin dan bij de inrichting. Inventariseer per hok wat er nu hangt, toets dat aan de vier eigenschappen en kies een vaste plek buiten mest- en voerzone. Neem de houder vervolgens mee bij de eerstvolgende renovatie, zodat bijvullen een vast onderdeel van de dagelijkse ronde wordt. Bij die uitwerking koppelt Van Osch B.V. de verrijkingsplek aan hokmaat, roostervloer en routing, zodat de oplossing ook na jaren nog werkt.

Over Van Osch B.V.

Van Osch B.V. is een Nederlands familiebedrijf uit Uden, opgericht in 1939, dat complete maatwerk stalinrichtingen voor de varkenshouderij ontwerpt, produceert en levert. Het bedrijf maakt hokinrichting voor zeugen, kraamzeugen, biggen en vleesvarkens in RVS, kunststof en staal. Varkenshouders worden rechtstreeks bediend en via een internationaal dealernetwerk.

Bronnen

Artikel gemaakt met Launchmind