Direct antwoord
Een vleesvarkensstal inrichten met Van Osch Uden stalinrichting betekent dat maatvoering, groepsvoeding en vloersysteem in één ontwerpronde op elkaar worden afgestemd, in plaats van per onderdeel bij losse partijen te worden besteld. De varkenshouder levert de bedrijfsvoering en de stalmaten aan, de dealer verzorgt inmeting en regionale montagecoördinatie, en de producent vertaalt dat naar tekeningen en eigen productie. Die driehoek scheelt afstemrondes en voorkomt dat troggen, wanden en roostervloeren pas op de bouwplaats blijken te botsen. Reken bij een renovatie op een traject van enkele maanden tussen eerste inmeting en montage.
Belangrijkste punten
- Volgens CBS (2025) daalde het aantal hokdierbedrijven met varkens met 7,1% tot 1.900, terwijl het gemiddelde bedrijf naar 5.000 varkens groeide: minder bedrijven, grotere afdelingen, hogere eisen aan de inrichting.
- Het Besluit houders van dieren eist dat varkens toegang hebben tot een schone, comfortabele ruimte met adequate waterafvoer waar alle dieren tegelijk kunnen liggen. Dat is een ontwerpeis voor je vloerindeling, niet alleen een controlepunt.
- Voor zeugen zonder biggen in groepshuisvesting geldt volgens artikel 2.17 van het Besluit houders van dieren minimaal 2,25 m² per dier, met een opslag van 10% bij groepen kleiner dan zes dieren.
- Wil je in aanmerking komen voor MIA of Vamil, dan stelt de Maatlat Duurzame Veehouderij eisen op zeven thema’s tegelijk, waaronder brandveiligheid en diergezondheid. Toets je ontwerp hierop vóór de vergunningaanvraag.
- Leg per projectfase vast wie inmeet, wie tekeningen aftekent en wie wijzigingen beheert. Onduidelijkheid daarover is in de praktijk de grootste bron van meerwerk.
Waarom loopt de inrichting van een vleesvarkensstal zo vaak vast op afstemming?
Je hebt een afdeling van 480 vleesvarkens laten bouwen. De roosters komen van de ene partij, de troggen van de tweede, de hokafscheidingen van de derde. Op montagedag blijkt de trogrand net te hoog voor de gekozen roostervloer en moet de aannemer terug naar de tekentafel. Twee weken vertraging, en niemand voelt zich verantwoordelijk.

Dat scenario komt vaker voor naarmate bedrijven groter worden. Uit de CBS-cijfers van 2025 blijkt dat het gemiddeld aantal varkens per bedrijf steeg naar 5.000, bijna 50% meer dan tien jaar eerder. Grotere afdelingen betekenen langere trogsecties, meer hokafscheidingen per meter gevel en minder ruimte voor improvisatie tijdens de bouw.
Wat Van Osch B.V. in maatwerkprojecten terugziet: de vertraging ontstaat zelden bij de productie, maar bij de overdracht tussen partijen. Wie meet in? Wie tekent de definitieve maatvoering af? Wie beslist als de betonvloer 4 cm afwijkt van de bouwtekening? Zonder heldere rolverdeling schuift dat probleem heen en weer tot iemand het oplost, meestal de varkenshouder zelf.
De kern van een werkbaar traject zit dus niet in het product, maar in de volgorde waarin beslissingen vallen.
Wat bepaalt of groepsvoeding en vloersysteem samen werken?
Groepsvoeding en vloersysteem zijn geen losse keuzes. Ze bepalen samen hoe het hok functioneert.
Voersysteem eerst, hokindeling daarna
Bij droogvoer met een lange trog loopt de eetlijn langs de volle hokbreedte. Bij brijvoer met een korte trog concentreert het eetmoment zich, wat vraagt om meer manoeuvreerruimte achter de eters. Kies je voor een voerautomaat, dan verandert de hele looproute in het hok. Bepaal daarom eerst het voersysteem en teken pas daarna de hokafscheidingen in.
De vloer volgt de mestzone
Het Besluit houders van dieren schrijft voor dat varkens toegang hebben tot een schone, comfortabele ligruimte met adequate waterafvoer waar alle dieren tegelijk kunnen liggen. Praktisch betekent dat: een dichte of deels dichte ligzone die droog blijft, en een roostervloer waar de mest daadwerkelijk doorheen gaat. Een te brede dichte vloer bij hoge staltemperaturen leidt ertoe dat dieren op de verkeerde plek gaan liggen en de ligzone bevuilen.
Materiaal per zone, niet per stal
RVS in de natte zone rond drinkbak en trog, kunststof of gecoat staal bij de hokafscheidingen: die combinatie is doorgaans kostenefficiënter dan één materiaal voor de hele afdeling. In een eerder overzicht over welk drinkbakmateriaal het langst meegaat komt hetzelfde principe terug: de levensduur wordt bepaald door de belasting per zone.
| Keuze in de vleesvarkensafdeling | Aandachtspunt bij droogvoer | Aandachtspunt bij brijvoer |
|---|---|---|
| Troglengte per dier | ruimere eetplaatsverdeling nodig | kortere trog mogelijk, meer piekbelasting |
| Bevuilingsrisico ligzone | doorgaans lager | doorgaans hoger bij warme dagen |
| Reinigingstijd per afdeling | in de praktijk korter | in de praktijk langer, natte restanten |
| Voorkeursmateriaal trog | RVS of kunststof | doorgaans RVS vanwege agressiever voer |
Checklist:
- Bepaal het voersysteem vóórdat de hokafscheidingen worden getekend, niet andersom
- Controleer of de dichte ligzone breed genoeg is dat alle dieren tegelijk kunnen liggen bij eindgewicht, niet bij opleggewicht
- Meet de werkelijke betonmaat van de bestaande vloer, niet de bouwtekening: afwijkingen van enkele centimeters zijn normaal
- Leg per zone het materiaal vast (natte zone, droge zone, afscheiding) en motiveer die keuze in de offerte
Hoe verloopt een maatwerkproject met Van Osch Uden stalinrichting stap voor stap?
Stap 1: bedrijfsvoering in kaart brengen
Voor er iets getekend wordt, gaat het gesprek over de praktijk: hoeveel rondes per jaar, welke afleverstrategie, wie doet de dagelijkse controle. Een afdeling voor een bedrijf dat all-in-all-out draait, ziet er anders uit dan een afdeling waar continu wordt uitgeladen.

Stap 2: inmeten op locatie
De dealer of adviseur meet de bestaande stal in: kolomposities, putafmetingen, gevelmaten, hoogte van de bestaande roosterdragers. Bij renovatie is dit de belangrijkste stap. Standaard catalogusmaten passen zelden op een bestaande put.
Stap 3: engineering en tekening
De producent vertaalt de meetgegevens naar een detailtekening met alle hokafscheidingen, trogposities en bevestigingspunten. Van Osch B.V. doet deze engineering in eigen huis in Uden, waardoor een wijziging in de maatvoering direct doorwerkt in de productiegegevens zonder tussenpartij.
Stap 4: aftekenen en vastleggen
De varkenshouder tekent de definitieve tekening af. Dit is het moment waarop wijzigingen nog kosteloos kunnen. Daarna wordt elke aanpassing meerwerk, met bijbehorende doorlooptijd.
Stap 5: productie en levering
Buislaser, plaatbewerking, lassen en oppervlaktebehandeling. Sinds 2024 wordt in Uden met Adige buislasertechnologie gewerkt, wat maatwerkonderdelen in dezelfde serie meeneemt als standaarddelen.
Stap 6: montage en oplevering
De dealer coördineert de montage in de regio en levert het opleverdocument. Na oplevering is de dealer het eerste aanspreekpunt; bij technische vragen over de constructie schakelt hij door naar de producent.
Wie doet wat per fase?
De rolverdeling die in de praktijk het minste gedoe geeft: de varkenshouder levert bedrijfsgegevens aan en tekent af (stap 1 en 4). De dealer meet in, coördineert lokale montage en is na oplevering eerste aanspreekpunt (stap 2 en 6). De producent maakt de tekening, beheert wijzigingen in het technisch dossier en produceert (stap 3 en 5). Wijzigingsbeheer hoort bij één partij te liggen, anders circuleren er twee versies van dezelfde tekening.
Leg dit vast op één A4 bij de offerte. Dat kost een half uur en voorkomt de discussie die anders op montagedag ontstaat. Een vergelijkbare fasering beschrijven we ook in het stappenplan voor een zeugenstal op maat.
Waar kun je bij nieuwbouw nu al rekening mee houden?
Een investering in hokinrichting gaat bij intensief gebruik doorgaans vijftien jaar of langer mee. Investeer je in 2026, dan loopt die horizon tot ruwweg 2041. In die periode veranderen regels: dat is een gegeven, geen voorspelling.
De praktische vertaling is niet dat je alles overdimensioneert, maar dat je de dure onderdelen flexibel houdt. Bevestigingspunten in de put, kolomposities en putindeling zijn later nauwelijks te wijzigen. Hokafscheidingen en troggen wel.
Toets je ontwerp vroeg tegen de Maatlat Duurzame Veehouderij, die eisen stelt op ammoniakemissie, bedrijf en omgeving, brandveiligheid, diergezondheid, fijnstof en klimaat en toegang geeft tot MIA en Vamil. En als je investering onder de milieu-investeringsaftrek valt, houd dan rekening met de definitie die RVO hanteert voor een duurzame varkensstal: een samenhangend geheel van huisvestingsruimte, stalinrichting, klimaat- en voertechnische systemen, emissiereducerende systemen en mestafvoer. Stalinrichting wordt daar dus expliciet als onderdeel van het geheel gerekend, niet als losse post.
Checklist:
- Vraag bij de vergunningaanvraag of je ontwerp op alle MDV-thema’s toetsbaar is, niet alleen op emissie
- Leg bevestigingspunten en putindeling ruimer aan dan het huidige hokplan vraagt
- Bewaar de definitieve productietekeningen digitaal: bij vervanging over tien jaar scheelt dat een volledige inmeetronde
- Vraag de producent naar de beschikbaarheid van vervangingsonderdelen voor het gekozen systeem
Welke fouten kosten varkenshouders het meeste geld bij renovatie?
De duurste fout is bestellen op basis van de bouwtekening in plaats van de werkelijke maat. Betonvloeren en putranden wijken vrijwel altijd af. Wie dat pas op montagedag ontdekt, betaalt aanpassingskosten én stilstand.

Tweede fout: onderdelen bij verschillende partijen bestellen zonder één partij die de aansluiting bewaakt. Roosters van de ene, troggen van de andere, wanden van de derde. Elke koppeling is dan een risico, en garantiediscussies eindigen doorgaans in een patstelling.
Derde fout: de reinigbaarheid pas achteraf beoordelen. Hoeken, onafgewerkte profielen en moeilijk bereikbare bevestigingen kosten elke ronde extra reinigingstijd. Over vijftien jaar telt dat harder aan dan het prijsverschil in de offerte. In de aanpak van maatwerk stalinrichting wordt reinigbaarheid daarom in de ontwerpfase getoetst, samen met bedienbaarheid: hoeveel handelingen kost het openen van een hok tijdens het uitladen?
Vierde fout: geen servicevoorwaarden vastleggen. Vraag concreet naar reactietermijn en leverbaarheid van onderdelen. Wat gebeurt er als er drie maanden na oplevering iets niet klopt?
Veelgestelde vragen
Wat kost het om een vleesvarkensafdeling opnieuw in te richten?
Prijsbepalende factoren zijn de afdelingsgrootte, het voersysteem, de materiaalkeuze per zone en of de bestaande put hergebruikt kan worden. Een renovatie waarbij de putindeling ongewijzigd blijft, valt doorgaans aanzienlijk lager uit dan een traject waarbij ook de mestkelderindeling wijzigt. Vraag altijd een offerte op basis van een inmeting op locatie, niet op basis van een bouwtekening.
Hoe lang duurt een maatwerktraject van inmeting tot montage?
De doorlooptijd bestaat uit engineering, productie en montageplanning en beslaat in de praktijk doorgaans enkele maanden bij een complete afdeling. De grootste variabele is niet de productie maar de snelheid waarmee de tekening wordt afgetekend. Plan het aftekenmoment daarom expliciet in, en houd rekening met de leegstandsperiode tussen twee rondes.
Welke wettelijke oppervlakte-eisen gelden er voor groepshuisvesting van zeugen?
Artikel 2.17 van het Besluit houders van dieren schrijft minimaal 2,25 m² per gelt of zeug zonder biggen voor bij groepshuisvesting. Die norm mag met 10% worden vergroot bij groepen kleiner dan zes dieren en verkleind bij groepen groter dan veertig dieren. Bij twijfel over jouw specifieke situatie is toetsing door je adviseur of vergunningverlener aan te raden, ook in verband met de ruimte die groepshuisvesting bij groei vraagt.
Kan een producent afwijkende stalmaten van een bestaande stal aan?
Maatwerk begint bij inmeting, niet bij een catalogus. Bij afwijkende kolomposities of putmaten worden hokafscheidingen en trogsecties op de werkelijke maat geproduceerd. Vraag vooraf of de producent zelf engineert en produceert: zit er een tussenpartij tussen, dan lopen wijzigingen doorgaans trager en duurder.
Is RVS of kunststof beter voor hokinrichting bij vleesvarkens?
Dat hangt af van de zone, niet van de hele stal. RVS blijft bij intensieve reiniging doorgaans langer glad en is gangbaar in de natte zone rond trog en drinkbak; kunststof en gecoat staal zijn vaak passender voor hokafscheidingen. Weeg vervangingsfrequentie en reinigingstijd mee, niet alleen de aanschafprijs.
Conclusie
De sector wordt kleiner in aantal bedrijven en groter per bedrijf. Dat verschuift het zwaartepunt van een stalproject: niet de losse onderdelen bepalen het resultaat, maar de volgorde waarin voersysteem, vloerindeling en maatvoering worden vastgelegd, en wie waarvoor tekent.
Concrete vervolgstappen: laat je bestaande stal fysiek inmeten voordat je offertes vergelijkt, leg de rolverdeling tussen varkenshouder, dealer en producent op één A4 vast, en toets je ontwerp vroeg tegen de MDV-thema’s als je MIA of Vamil wilt benutten. Wie in 2026 investeert, kijkt tot ongeveer 2041 vooruit: houd putindeling en bevestigingspunten daarom ruimer dan het huidige hokplan vraagt.
De werkwijze achter Van Osch Uden stalinrichting laat zien hoe eigen engineering en productie die afstemrondes terugbrengen tot één ontwerpronde.
Over Van Osch B.V.
Van Osch B.V. is een Nederlands familiebedrijf uit Uden, opgericht in 1939, dat complete maatwerk stalinrichtingen voor de varkenshouderij ontwikkelt, produceert en levert. Het bedrijf maakt inrichtingen voor zeugen, kraamzeugen, biggen en vleesvarkens in RVS, kunststof en staal, met eigen engineering en productie onder één dak. Varkenshouders en dealers in Nederland, Europa en daarbuiten worden zowel rechtstreeks als via het internationale dealernetwerk bediend.
Bronnen
- CBS — Cbs
- Besluit houders van dieren — Faolex
- Maatlat Duurzame Veehouderij — Maatlatduurzameveehouderij
- RVO — Rvo
- Varkensstapel voor het eerst in ruim 45 jaar onder de 10 miljoen — CBS
- Besluit houders van dieren, artikel 2.17 — Overheid.nl
- Duurzame varkensstal, Milieulijst 2026 — RVO