EN/NL/DE

Direct antwoord

Een compleet biggenhok is een samenhangend pakket hokinrichting voor gespeende biggen: wanden, deuren, roostervloer, trog of voerbak, drinkbak, hokverrijking en alle bevestigingsmaterialen, afgestemd op één hokmaat. De complete biggenhokken mogelijkheden verschillen vooral in wandtype (kunststof, verzinkt staal of RVS), vloeruitvoering, voersysteem en de plaats van de deur.

  • Vloereis: bij deels roostervloer moet minimaal 40% dicht zijn (RVO)
  • Wandkeuze: kunststof, verzinkt staal of RVS, elk met ander reinigings- en levensduurprofiel
  • Voersysteem: droogvoerbak, brijbak of lange trog bepaalt de hokdiepte
  • Hokverrijking: eetbaar én wroetbaar, bereikbaar voor circa een kwart van de groep
  • Levering als pakket voorkomt afstemming tussen vier of vijf partijen

Waarom past een standaard biggenhok zelden in een bestaande afdeling?

Je meet de afdeling op. Dertien hokken van 2,40 meter breed passen precies, alleen loopt de mestkelderbalk dwars door hok acht en zit de ventilatiekoker net waar de deur open moet. Wat Van Osch B.V. bij renovatieprojecten in biggenafdelingen structureel tegenkomt: de hokmaat is nooit het probleem, de aansluiting op wat er al staat wel.

Complete biggenhokken: alle onderdelen en opties op een rij

Dat maakt de vraag naar complete biggenhokken mogelijkheden anders dan hij lijkt. Het gaat niet om een keuze uit een catalogus met drie varianten. Het gaat om de vraag welke onderdelen je vastzet en welke je vrij houdt.

De biggenafdeling is daarbij de zwaarst belaste ruimte van het bedrijf. Gespeende biggen komen binnen op circa 7 tot 9 kilo en gaan er rond de 25 kilo uit, in cycli van zes tot zeven weken. Elke ronde wordt de afdeling leeggehaald, gereinigd en gedesinfecteerd. Dat is bij de meeste bedrijven zes tot acht keer per jaar hogedruk op dezelfde hoeken, scharnieren en trogranden.

En de bedrijven worden groter. Volgens CBS-cijfers uit de landbouwtelling waren er op 1 april 2025 nog circa 1.900 hokdierbedrijven met varkens, 7,1 procent minder dan een jaar eerder, terwijl het gemiddeld aantal varkens per bedrijf richting de 5.000 ging. Minder bedrijven, meer dieren per locatie, dezelfde of minder arbeidsuren. Elke handeling per hok telt daardoor zwaarder mee dan tien jaar terug.

Welke complete biggenhokken mogelijkheden en onderdelen zijn er?

Een compleet pakket bestaat doorgaans uit zes groepen onderdelen. Wie ze los inkoopt, merkt pas bij montage waar de maatvoering niet klopt.

Waarom past een standaard biggenhok zelden in een bestaande afdeling?

Wanden, deuren en profielen

De hokafscheiding bepaalt hoe de afdeling werkt. Dichte wanden tussen hokken beperken contact tussen groepen, open spijlwanden geven meer zicht en luchtbeweging. In de praktijk kiezen veel varkenshouders voor een dichte wand aan de legkant en een open uitvoering aan de gangzijde, zodat je bij de ronde langs de hokken meteen ziet wat er speelt.

Deurbreedte is een detail met grote gevolgen. Een deur die te smal is voor een schuifhek kost je bij het uitladen extra minuten per hok. Bij 60 hokken en zes rondes per jaar loopt dat op.

Vloer en trog

De roostervloer voor biggen vraagt een andere spleetmaat dan die voor vleesvarkens. Bij het dichte vloerdeel gaat het om de plaats: onder de warmtelamp of vloerverwarming, uit de looproute van de dieren. Als vuistregel legt de dichte vloer zich langs de wand, met de mestzone diagonaal daar tegenover en de trog aan de gangzijde.

De trogkeuze hangt aan het voerregime. Een RVS-trog met scheidingsschotjes werkt bij restrictieve voeding, een droogvoerbak of brijbak bij onbeperkt. Van Osch B.V. levert troggen en drinkbakken in RVS die op hokbreedte worden gemaakt in plaats van in vaste modules, precies om die randmaten van bestaande stallen op te vangen.

Hokverrijking

Het onderdeel dat het vaakst als sluitstuk wordt behandeld, en het vaakst tot een tekortkoming leidt. Daar komen we hieronder op terug.

Welke eisen gelden voor vloer en hokverrijking in de biggenafdeling?

Twee getallen bepalen bij gespeende biggen het meeste: het percentage dichte vloer en het aandeel dieren dat bij de hokverrijking kan.

Voor gespeende varkens geldt volgens RVO een minimale oppervlakte per dier die afhangt van het gewicht, en bestaat de vloer deels uit roosters, dan moet minimaal 40 procent dicht zijn. Diezelfde bron noemt de groepscorrecties: bij groepen boven 40 dieren mag de totale oppervlakte met 10 procent kleiner, bij groepen onder 6 dieren moet die 10 procent groter.

Die groepscorrectie is bij biggenhokken relevanter dan veel varkenshouders denken. Wie van hokken met 30 biggen naar hokken met 45 biggen gaat, verschuift meteen de rekensom per dier én de vereiste trogruimte.

Bij hokverrijking is de praktijkinvulling scherper dan de wettekst. In de rechtspraak en bij NVWA-controles op hokverrijking wordt gehanteerd dat op ieder moment minimaal 25 procent van de dieren in een groep met het materiaal bezig moet kunnen zijn, en dat het materiaal zowel eetbaar als wroetbaar moet zijn. Bij een hok met 40 biggen betekent dat bereikbaarheid voor circa tien dieren tegelijk, niet één ketting in een hoek.

Dat het onderdeel in de praktijk knelt, blijkt uit de naleefmeting van de NVWA over 2023-2024: bij 170 geïnspecteerde bedrijfsmatige varkenshouderijen waren 58 inspecties akkoord en 112 niet, en de regels voor hokverrijking en het alarmplan werden het meest overtreden. Hokverrijking is dus geen bijzaak in de bestelling, het is het onderdeel waar het bij controle het vaakst op vastloopt.

Checklist:

  • Reken het dichte vloerdeel per hok uit en check dat je boven de 40 procent uitkomt, inclusief de trogplaat als die niet meetelt
  • Bepaal het aantal biggen per hok en deel door vier: zoveel dieren moeten gelijktijdig bij de verrijking kunnen
  • Leg vast waar eetbaar én wroetbaar materiaal hangt, per hok, en wie het bijvult
  • Controleer of je bij groepen boven 40 dieren de 10 procent oppervlaktecorrectie wilt gebruiken of bewust ruimer blijft

Hoe kies je stap voor stap de juiste uitvoering voor je biggenafdeling?

Stap 1: Meet de afdeling op de drie maten die vastliggen

Begin bij de mestkelder, de kolomstelling en de vrije hoogte onder de ventilatie. Die drie liggen vast en bepalen de maximale hokdiepte. Van Osch B.V. werkt in de ontwerpfase met de bestaande kelderindeling als vertrekpunt, omdat een hokmaat die niet op de balken valt altijd extra staalwerk kost.

Welke complete biggenhokken mogelijkheden en onderdelen zijn er?

Stap 2: Kies de groepsgrootte voordat je de hokmaat kiest

De groepsgrootte volgt uit je speenritme en je werkwijze, niet uit de beschikbare breedte. Kleinere groepen (20 tot 25 biggen) geven rustiger dieren en makkelijker sorteren, grotere groepen minder wanden per dier. Reken beide varianten door op aantal hokken per afdeling.

Stap 3: Bepaal het voersysteem en dus de trogruimte

Restrictief voeren vraagt trogruimte per dier, onbeperkt voeren vraagt een bak met voldoende vreetplaatsen. Deze keuze verschuift de hele hokindeling: een lange trog aan de gangzijde vraagt een andere deurpositie dan een droogvoerbak in het midden.

Stap 4: Leg de vloeropbouw vast

Dicht vloerdeel, roostertype en de plaats van de mestzone in één tekening. Wie hier het dichte deel te ver van de warmtebron legt, ziet biggen op het rooster liggen en de dichte vloer bevuild raken. Dat kost je vervolgens elke ronde extra schrobwerk.

Stap 5: Kies het materiaal per onderdeel, niet voor het hele hok

De scherpste keuze is zelden één materiaal voor alles. RVS op de plekken die dagelijks nat en vies worden (trog, drinkbak, onderrand), kunststof of verzinkt staal op de vlakken die vooral droog blijven. Dit denken over materiaalkeuze en levensduur scheelt investering zonder dat je op slijtgevoelige punten inlevert.

Stap 6: Check de bediening met de persoon die het werk doet

Laat de dierverzorger meelopen door de tekening: waar staat hij bij het uitladen, waar hangt de slang, hoe komt het karretje langs. Eenvoud in bediening is bij de hokinrichting voor biggen belangrijker dan bij welke andere diergroep, omdat je er zes tot acht keer per jaar volledig doorheen gaat.

Stap 7: Zet levering, montage en onderdelen in één afspraak

Eén partij voor wanden, roostervloer, trog, drinkbak en verrijking betekent één maatvoering en één aanspreekpunt bij problemen. Dat is precies waar het bij losse inkoop vaak misgaat, zoals ook naar voren komt in de afweging tussen renovatie en nieuwbouw van stalinrichting.

Welk materiaal en welke uitvoering levert op de lange termijn het meeste op?

Stel: een varkenshouder met circa 500 zeugen richt twee biggenafdelingen opnieuw in, samen ongeveer 60 hokken. In de eerste afdeling gaat alles in kunststof wanden met RVS troggen en drinkbakken, in de tweede volledig verzinkt staal met dezelfde RVS onderdelen. Na een paar jaar zit het verschil doorgaans niet in de wanden zelf, maar in de bevestigingspunten en de onderrand die elke reiniging het water opvangt. Dat is de plek waar materiaalkeuze zich terugbetaalt of niet.

Uitvoering Investering per hok (indicatief) Reinigingstijd per ronde Gevoeligste punt Verwachte levensduur
Kunststof wand + RVS trog laagste van de drie circa 10-15% korter dan staal bevestiging en doorbuiging doorgaans 10-15 jaar
Verzinkt staal + RVS trog middenpositie gemiddeld onderrand en zinklaag bij beschadiging doorgaans 12-18 jaar
Volledig RVS hoogste, vaak een factor op staal kortste, glad oppervlak vrijwel geen, mits goed afgewerkt doorgaans 20 jaar of meer

De cijfers in deze tabel zijn indicatief en verschillen per bedrijf, reinigingsregime en hokmaat. Wat ze wel laten zien: de totale kosten over twintig jaar hangen minder aan de aanschafprijs dan aan hoe vaak je een onderdeel opnieuw moet bevestigen of vervangen.

Een tegenintuïtieve conclusie uit renovatieprojecten: de duurste fout in een biggenafdeling is bijna nooit het verkeerde materiaal. Het is een hokmaat die net niet past bij het aantal biggen per worp, waardoor je elke ronde biggen moet herverdelen. Die arbeidstijd loopt over twintig jaar verder op dan het prijsverschil tussen kunststof en RVS. Bij de opzet van complete biggenhokken is de rekensom per hok daarom belangrijker dan de materiaalstaat.

Welke fouten kosten varkenshouders het meeste bij het inrichten van biggenhokken?

De eerste is de trogruimte te laat vaststellen. Wie eerst de wanden bestelt en daarna het voersysteem kiest, komt trogbreedte tekort of houdt een hok over dat te diep is voor het aantal dieren.

Welke eisen gelden voor vloer en hokverrijking in de biggenafdeling?

De tweede is hokverrijking als restpost behandelen. Gezien de NVWA-naleefmeting hierboven is dit het onderdeel dat bij inspectie het vaakst tot een tekortkoming leidt. Neem eetbaar en wroetbaar materiaal mee in de hoktekening, niet in een losse order achteraf.

De derde is de reiniging vergeten in het ontwerp. Elke naad, elke horizontale ligger en elk niet-doorgezet profiel is een plek waar vuil blijft staan. Bij zes tot acht rondes per jaar levert een gladdere afwerking meetbaar minder schrobtijd per afdeling op.

De vierde is losse inkoop bij vier partijen. Roosters bij de één, wanden bij de ander, trog bij de derde: op papier scherp, in de uitvoering een afstemmingsprobleem waarbij niemand verantwoordelijk is voor de maatvoering die niet klopt. Van Osch B.V. legt de servicebelofte daarom vast in de Vijf O’s (Oplossingsgericht, Ondersteunend, Open, Opgeruimd, Oprecht), met onder andere een terugbelgarantie binnen één werkdag, juist omdat het na oplevering pas duidelijk wordt of afspraken standhouden.

Checklist:

  • Zet de trogruimte per dier in de tekening voordat je wanden bestelt
  • Neem hokverrijking op in dezelfde order als de hokinrichting, met plaats en aantal per hok
  • Loop de hoktekening na op horizontale liggers en open naden en laat ze waar mogelijk vervallen
  • Vraag bij één partij een sluitende maatstaat van wanden, roostervloer, trog en drinkbak op
  • Leg vast wie je belt als na drie maanden een scharnier vastloopt, en binnen welke termijn

Veelgestelde vragen

Wat is een compleet biggenhok precies?

Een compleet biggenhok is een op maat samengesteld pakket hokinrichting voor gespeende biggen, met wanden, deuren, roostervloer, trog of voerbak, drinkbak, hokverrijking en bevestigingsmateriaal in één maatvoering. Het verschil met losse onderdelen zit in de afstemming: alle maten zijn afgeleid van dezelfde hokbreedte en hokdiepte. Dat scheelt montagetijd en voorkomt dat een trog net niet tussen twee wanden past.

Hoeveel dichte vloer moet een biggenhok hebben?

Bij een deels roostervloer geldt volgens RVO dat minimaal 40 procent van de vloer dicht moet zijn voor gespeende varkens en vleesvarkens. De minimale oppervlakte per dier hangt daarnaast af van het gewicht. Reken het dichte deel per hok uit in vierkante meters en controleer of de trogplaat in jouw uitvoering wel of niet meetelt.

Welke hokverrijking is toegestaan voor biggen?

Hokverrijking moet zowel eetbaar als wroetbaar zijn en bij NVWA-controles wordt gehanteerd dat op ieder moment minimaal 25 procent van de dieren in de groep ermee bezig moet kunnen zijn. Bij 40 biggen per hok betekent dat bereikbaarheid voor circa tien dieren tegelijk. Eén enkel object per hok is daarmee vrijwel altijd te weinig.

Is RVS of kunststof beter voor een biggenafdeling?

Per onderdeel kiezen levert meer op dan één materiaal voor het hele hok. RVS betaalt zich vooral terug op trog, drinkbak en onderrand: de plekken die elke ronde nat en vies worden. Kunststof en verzinkt staal zijn verdedigbaar op vlakken die grotendeels droog blijven, mits de bevestiging goed is doorgezet.

Kan een compleet biggenhok in een bestaande stal geplaatst worden?

Ja, mits de mestkelderindeling, kolomstelling en beschikbare hokdiepte het toelaten. In de praktijk begint zo’n renovatie met het inmeten van die drie vaste gegevens, waarna de hokmaat daarop wordt getekend in plaats van andersom. Restmaten aan kop- of eindwanden zijn daarbij normaal en worden met maatwerkonderdelen opgevuld.

Conclusie

De complete biggenhokken mogelijkheden zijn ruimer dan de meeste catalogi suggereren, maar de keuze wordt niet gemaakt op wandtype. Hij wordt gemaakt op drie punten: de vaste maten van je bestaande stal, het aantal biggen per hok in relatie tot je speenritme, en het voersysteem dat de hele hokindeling bepaalt. Materiaalkeuze volgt daarna, en dan het liefst per onderdeel.

Wie hierin gestructureerd te werk gaat, meet eerst de mestkelder en kolommen in, rekent daarna het dichte vloerdeel en de trogruimte per dier door, en zet hokverrijking in dezelfde tekening in plaats van in een naorder. Dat laatste is gezien de NVWA-naleefmeting het onderdeel waarop het bij controle het vaakst misgaat.

De eigen engineering en productie van Van Osch B.V. in Uden maken het mogelijk om de restmaten van een bestaande biggenafdeling in dezelfde order mee te nemen als de standaardhokken. Dat is uiteindelijk waar een compleet pakket zich onderscheidt van losse inkoop bij vier partijen.

Bronnen

Artikel gemaakt met Launchmind