Snelle samenvatting
Een PigFree groepshuisvestingssysteem kost bij nieuwbouw of renovatie doorgaans een meervoud van tweedehands stalinrichting varkens te koop, maar het verschil zit niet in staal per kilo. Het zit in pasvorm, restlevensduur en of het systeem straks nog aan de keurmerkeisen voldoet.

- PigFree is een patentsysteem voor groepshuisvesting van dragende zeugen, sinds 2016 in eigendom van Van Osch na overname van onderdelen van Van der Lee Stalinrichting.
- Groepshuisvesting van drachtige zeugen is in de hele Europese Unie verplicht sinds 1 januari 2013.
- Per 1 januari 2025 zijn voerligboxen niet meer toegestaan binnen Beter Leven Keurmerk 1-ster.
- Op 2 mei 2026 treden de aangescherpte BLK 1-ster criteria voor varkens definitief in werking.
- Het gemiddelde hokdierbedrijf met varkens telde in 2025 rond de vijfduizend dieren, bijna 50% meer dan tien jaar eerder.
Waarom past stalinrichting varkens te koop niet in mijn afdeling?
Wat Van Osch B.V. herhaaldelijk tegenkomt bij renovatieprojecten in de zeugenhouderij: een ondernemer koopt een complete afdeling over van een stopper, laat die demonteren, en ontdekt bij montage dat de hokbreedte 15 centimeter afwijkt van de bestaande betonputbalken. Het staal is prima. De inpassing niet.
Dat is geen inkoopfout. Het is een ontwerpprobleem dat pas zichtbaar wordt bij de montage, wanneer de aannemer al op de planning staat en de zeugen elders gehuisvest zijn.
Zoeken op stalinrichting varkens te koop levert vandaag vooral aanbod op van complete inrichtingen uit gestopte bedrijven. Logisch, want volgens het CBS daalde het aantal hokdierbedrijven met varkens naar 1.900 op 1 april 2025, ruim 7% minder dan een jaar eerder. Er komt dus materiaal vrij. De vraag is alleen of dat materiaal past bij de afdeling die jij over twintig jaar nog wilt gebruiken, en bij de eisen die dan gelden. Bij zeugenhuisvesting is dat een scherpere vraag dan bij vleesvarkens, omdat groepshuisvesting draait om looplijnen, voerplaatsen en rangordegedrag. Niet om hokjes.
Hoe staat de zeugenhouderij er in 2026 voor qua huisvesting?
De Nederlandse varkensstapel daalde in 2025 met 5,1% naar 9,96 miljoen dieren, voor het eerst sinds 1979 onder de tien miljoen. Tegelijk steeg het gemiddeld aantal varkens per hokdierbedrijf naar ongeveer vijfduizend, bijna de helft meer dan tien jaar eerder.

Minder bedrijven, grotere bedrijven. Voor de stalinrichting betekent dat iets concreets: afdelingen worden langer, groepen worden groter, en de tijd per dier die een ondernemer beschikbaar heeft wordt kleiner. Een systeem dat bij 200 zeugen nog werkbaar was met wat handmatig bijsturen, valt bij 600 zeugen door de mand.
De wettelijke basis ligt al ruim tien jaar vast. Volgens de welzijnseisen van RVO moeten drachtige zeugen en gelten uiterlijk vier dagen na het dekken tot een week voor het werpen in groepshuisvesting worden geplaatst, met een beperkt aantal uitzonderingen. Die verplichting geldt sinds 1 januari 2013 voor alle Europese zeugenhouderijbedrijven.
De beweging zit dus niet meer in de wetgeving zelf, maar in de bovenwettelijke ketenafspraken. Daar verandert het meeste, en daar zit ook het grootste investeringsrisico.
Welke ontwikkelingen bepalen de zeugenstal richting 2030?
Trend 1: keurmerkeisen lopen voor op de wet
De scherpste eisen komen niet van de wetgever maar uit de keten. Sinds 1 januari 2025 zijn voerligboxen niet meer toegestaan binnen Beter Leven Keurmerk 1-ster. En op 2 mei 2026 treden de nieuwe BLK 1-ster criteria voor varkens definitief in werking. Wie in 2024 nog een klassieke voerligboxafdeling liet plaatsen, zit nu met een keuze die de afzetmarkt beperkt.
Trend 2: van fixatie naar sturing zonder fixatie
De ontwerpvraag verschuift van “hoe zet ik de zeug vast tijdens het voeren” naar “hoe stuur ik het gedrag zonder haar vast te zetten”. Dat raakt trogverdelers, schouderafscheidingen, looprichtingen en de plaats van de drinkbakken. Het PigFree-principe hoort in die categorie: sturing via de inrichting, niet via fixatie.
Trend 3: renovatie wint van nieuwbouw
Met krimpende dieraantallen en beperkte vergunningsruimte kiezen veel ondernemers voor het opwaarderen van bestaande casco’s. Dat maakt maatvoering bij stalinrichting varkens te koop leidend. Elke afdeling heeft eigen putbreedtes, kolomposities en gangbreedtes, en dus vraagt vrijwel elk renovatieproject om afwijkende maten.
Trend 4: arbeid als ontwerpcriterium
Bij vijfduizend dieren per bedrijf is de beschikbaarheid van vakbekwaam personeel een harde grens. Ontwerpkeuzes worden getoetst op het aantal handelingen per dier per dag: hoeveel hekken moet iemand openen om een zeug te verplaatsen, hoe snel is een groep uit te sorteren.
Trend 5: engineering en productie schuiven naar elkaar toe
Buislasertechniek maakt afwijkende buismaten en aansluitingen productietechnisch minder duur dan tien jaar geleden. Van Osch B.V. investeerde in 2024 in Adige buislasertechnologie, precies om maatafwijkingen in renovatieprojecten te kunnen produceren zonder dat het een uitzonderingsorder wordt.
Praktisch toepassen:
- Zet de ingangsdatum van 2 mei 2026 naast de geplande opleverdatum van je project en check of het gekozen systeem aan de nieuwe BLK 1-ster criteria voldoet.
- Inventariseer per afdeling: putbreedte, kolomafstand, gangbreedte en voergangzijde, voordat je een offerte aanvraagt.
- Tel het aantal handelingen per zeug per dag in je huidige systeem, en gebruik dat getal als ondergrens voor het nieuwe ontwerp.
- Vraag bij elk aanbod van stalinrichting varkens te koop na of onderdelen over vijf tot tien jaar nog los na te bestellen zijn.
Wat is PigFree groepshuisvesting precies en voor wie werkt het?
PigFree is een gepatenteerd systeem voor groepshuisvesting van dragende zeugen, waarbij de dieren zonder permanente fixatie individueel kunnen vreten en rusten binnen een groep. Van Osch B.V. verwierf het PigFree-patent in 2016 bij de overname van onderdelen van Van der Lee Stalinrichting en ontwikkelt het sindsdien door vanuit de eigen engineering in Uden.
Waar het systeem zijn winst haalt
Het knelpunt in groepshuisvesting is bijna nooit de ruimte per zeug. Het is de rangorde rond het voermoment. Zeugen laag in rang worden weggeduwd, vreten te snel of te weinig, en dat zie je terug in conditieverschillen binnen de groep. Een inrichting die het voermoment ruimtelijk uit elkaar trekt, met voldoende afscherming bij de kop en een vrije uitloop naar achteren, dempt dat effect zonder dat er een grendel aan te pas komt.
Waar het systeem niet de logische keuze is
Eerlijk is eerlijk: niet elk bedrijf wint bij een systeem als dit. Bij zeer kleine groepen, of bij bedrijven die vasthouden aan strikt individueel voermanagement met elektronische stations en al geïnvesteerd hebben in die infrastructuur, ligt de afweging anders. De vraag die er echt toe doet is welke afzetmarkt je bedient en welke keurmerkeisen daarbij horen.
De onderschatte factor: de dekstal ernaast
Wat vaak misgaat, is dat de groepsafdeling wordt vernieuwd terwijl de dekstal en de doorgangen ongewijzigd blijven. Het resultaat is een prima afdeling met een knelpunt in de aanvoer. Bij een integrale aanpak wordt de route van dekstal naar groep naar kraamstal in één tekening doorgerekend, inclusief de breedte van de doorgangen en de plek van de selectiepoorten. Dat is precies waarom Van Osch een ontwerptraject voor maatwerk stalinrichting altijd op afdelingsniveau start en niet op productniveau. Wie eerst het complete traject van een zeugenstal op maat wil doorgronden, vindt daar de volgorde van stappen terug.
Wat betekent dit voor je investeringsbeslissing?
Stel, een zeugenhouder met circa 500 zeugen op twee locaties wil één dekafdeling en één drachtafdeling vernieuwen. Er staat complete stalinrichting varkens te koop van een stopper, tegen een fractie van de nieuwprijs. Aantrekkelijk, tot je de restlevensduur en de keurmerkstatus meeweegt.
De rekensom die in de praktijk het vaakst wordt overgeslagen: kosten per zeugenplaats per jaar over de verwachte gebruiksduur, inclusief montage-uren, aanpassingswerk en de kans dat het systeem binnen de afschrijftermijn niet meer aan de ketenspecificatie voldoet.
| Afweging | Tweedehands stalinrichting varkens te koop | Nieuw maatwerksysteem |
|---|---|---|
| Aanschaf per zeugenplaats | Doorgaans een fractie van nieuw | Volledige nieuwprijs |
| Pasvorm bestaand casco | Zelden exact, aanpassingswerk nodig | Op maat, ingemeten vooraf |
| Restlevensduur | Vaak al 10 tot 15 jaar in gebruik | Volledige levensduur |
| Voldoet aan BLK 1-ster per 2 mei 2026 | Per systeem controleren | Vooraf te toetsen in ontwerpfase |
| Onderdelen nabestellen | Afhankelijk van herkomst | Via eigen productie in Uden |
| Montagerisico | Meerwerk moeilijk vooraf te ramen | Vastgelegd in werkomschrijving |
De conclusie is niet dat tweedehands nooit verstandig is. Voor tijdelijke opvang, een aflopende locatie of een afdeling die binnen vijf jaar tegen de vlakte gaat, kan stalinrichting varkens te koop prima kloppen. Voor een afdeling die tot 2045 mee moet, verschuift de balans.
Een tweede punt dat zeugenhouders noemen: leveranciers die in de offertefase veel toezeggen en daarna slecht bereikbaar zijn. Van Osch B.V. heeft dat vastgelegd in de Vijf O’s (Oplossingsgericht, Ondersteunend, Open, Opgeruimd, Oprecht), met concrete afspraken zoals terugbellen binnen één werkdag. Dat is geen slogan maar een toetsbare belofte: je kunt er iemand op aanspreken.
Praktisch toepassen:
- Reken je investering om naar kosten per zeugenplaats per jaar over de verwachte gebruiksduur, niet naar totaalbedrag.
- Vraag bij elk aanbod expliciet naar de leeftijd en de eerdere gebruikssituatie van het materiaal.
- Leg de serviceafspraak schriftelijk vast: reactietermijn, levertijd onderdelen, wie de montage begeleidt.
- Toets bij twijfel over keurmerkeisen bij je afnemer of ketenpartij, niet alleen bij de verkopende partij.
Hoe bereid je je zeugenstal voor op de eisen van 2030?
Begin bij de afzet, niet bij de stal. Welke ketenspecificatie geldt over vijf jaar voor jouw biggen of vleesvarkens, en welke huisvestingseisen horen daarbij? Pas als dat helder is, heeft een ontwerp een vast kader.
De volgorde die in maatwerkprojecten het beste werkt:
- Afzet en keurmerk vastleggen. Welke eisen gelden er nu en welke zijn aangekondigd, zoals de BLK 1-ster criteria per 2 mei 2026.
- Casco inmeten. Putbreedtes, kolommen, gangbreedtes, ventilatiepositie, voergangzijde. Op de centimeter.
- Diergroepen en doorstroom tekenen. Van dekstal naar dracht naar kraamstal, inclusief selectie en afvoer.
- Materiaal kiezen per functie. Staal, verzinkt staal of RVS, afhankelijk van belasting, reiniging en vochtbelasting op die plek.
- Handelingen tellen. Toets het ontwerp op arbeid per dier per dag, en pas aan waar het schuurt.
- Productie en montage plannen. Inclusief levertijd, leegstandsperiode en volgorde van afdelingen.
- Nazorg vastleggen. Wie is aanspreekpunt, welke onderdelen liggen op voorraad, wat is de reactietermijn.
In de praktijk levert stap 5 de meeste ontwerpwijzigingen op. Een tekening die op papier klopt, blijkt bij het simuleren van een selectieronde twee extra hekbewegingen te vragen per zeug. Bij honderden zeugen per week tikt dat aan.
Dat maatwerk in de praktijk werkt, laat het vrijloopkraamstalproject in Wolferstedt zien: een uitvoering die is afgestemd op Duitse regelgeving rond vrijloophuisvesting. Wie renovatie overweegt, doet er goed aan ook de energiekant van de stalinrichting in dezelfde ontwerpronde mee te nemen.
Praktisch toepassen:
- Vraag je afnemer schriftelijk welke huisvestingseisen zij per 2027 en per 2030 verwachten.
- Laat het casco inmeten vóór de eerste offerteronde, niet erna.
- Simuleer op tekening één volledige selectieronde en tel de hekbewegingen.
- Plan de leegstandsperiode per afdeling in overleg met productie, niet achteraf.
Veelgestelde vragen
Wat is PigFree en hoe werkt het in de zeugenstal?
PigFree is een gepatenteerd systeem voor groepshuisvesting van dragende zeugen waarbij dieren individueel kunnen vreten en rusten zonder permanente fixatie. Het patent is sinds 2016 in eigendom van Van Osch, na de overname van onderdelen van Van der Lee Stalinrichting. Het systeem stuurt gedrag via de inrichting: afscherming bij de kop tijdens het voeren, vrije uitloop naar achteren. Dat dempt rangordeconflicten rond het voermoment, wat in groepen doorgaans de belangrijkste oorzaak van conditieverschillen is.
Is groepshuisvesting van drachtige zeugen verplicht in Nederland?
Ja. Volgens RVO moeten drachtige zeugen en gelten uiterlijk vier dagen na het dekken tot een week voor het werpen in de groep worden geplaatst, met beperkte uitzonderingen voor onder meer kleine bedrijven. Deze verplichting geldt sinds 1 januari 2013 in de hele Europese Unie. Individuele huisvesting van drachtige zeugen is sindsdien alleen nog toegestaan in de dek- en kraamstal.
Kan ik tweedehands stalinrichting voor varkens veilig kopen?
Soms wel, vaak met een addertje. Voor tijdelijke opvang of een afdeling met een korte resterende gebruiksduur kan stalinrichting varkens te koop verstandig zijn. Let op drie dingen: de exacte maatvoering ten opzichte van je bestaande putbalken, de al verstreken gebruiksduur en of het systeem voldoet aan de keurmerkeisen die per 2 mei 2026 ingaan. Als vuistregel: bij een afdeling die langer dan tien jaar mee moet, weegt de pasvorm zwaarder dan de aanschafprijs.
Zijn voerligboxen nog toegestaan?
Wettelijk wel, binnen Beter Leven Keurmerk 1-ster niet meer. Per 1 januari 2025 zijn voerligboxen niet langer toegestaan binnen BLK 1-ster. In de voorgaande normen mocht de trogverdeler niet verder reiken dan tot achter de schouder van de zeug, in de praktijk rond de 80 centimeter. Wie voor die afzetmarkt produceert, moet de bestaande drachtafdeling dus tegen het licht houden.
Hoe pakt Van Osch een maatwerkproject voor groepshuisvesting aan?
Op afdelingsniveau, niet op productniveau. Het traject start met inmeten van het bestaande casco en het uittekenen van de doorstroom van dekstal naar dracht naar kraamstal, waarna engineering, productie en montage vanuit de eigen fabriek in Uden worden gepland. Omdat productie en engineering onder één dak zitten, zijn afwijkende maten geen uitzonderingsorder. De serviceafspraken zijn vastgelegd in de Vijf O’s, inclusief terugbellen binnen één werkdag.
Conclusie
De vraag “wat kost een PigFree zeugenstal versus stalinrichting varkens te koop” is niet met één bedrag te beantwoorden, en dat is precies het punt. Tweedehands materiaal wint op aanschafprijs. Een maatwerksysteem wint op pasvorm, restlevensduur en toetsbaarheid aan de eisen die per 2 mei 2026 ingaan.
De zeugenhouderij wordt kleiner in aantal bedrijven en groter per bedrijf: rond de vijfduizend dieren gemiddeld in 2025. Dat maakt arbeid en doorstroom tot harde ontwerpcriteria, geen bijzaak.
Concrete vervolgstap: leg je afzetspecificatie voor 2030 naast de plattegrond van je huidige drachtafdeling en meet het casco in. Pas daarna heeft een offertevergelijking betekenis. Van Osch B.V. bouwt zulke trajecten op vanuit het projectoverzicht van gerealiseerde stallen, zodat je ziet hoe een vergelijkbare afdeling in de praktijk is opgelost.
Bronnen
- Varkensstapel voor het eerst in ruim 45 jaar onder de 10 miljoen — CBS
- Welzijnseisen voor varkens — Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
- EU-actie groepshuisvesting zeugen — Nieuwe Oogst
- Stalinrichting varkenshouderij — Pigbusiness.nl
- Dierenbescherming staat trogverdelers van 1.20 meter toe binnen Beter Leven Keurmerk — Varkens.nl