Een kraamstal toekomstbestendig 2035 maak je door eerst drie dingen uit te zoeken. Hoeveel kraamplaatsen houd je over als elk hok groter wordt? Laat je vergunning die extra ruimte toe? En sluiten vloer en mestkelder aan op de emissienormen per dierplaats die vanaf 2035 gelden? Doe je mee aan het Beter Leven-keurmerk, dan reken je met een vrijloopkraamhok van 7,5 m². Ga je nu renoveren, kies dan hokmaat, roostervloer en kelderindeling met 2035 in gedachten en niet alleen voor de situatie van vandaag. Een kraamhok dat je in 2026 of 2027 plaatst, staat er bij goed onderhoud doorgaans nog ruim na 2035.

Waarom moet je bij een renovatie van de kraamstal nu al naar 2035 kijken?
In 2035 vallen twee ontwikkelingen samen. Volgens Groei naar Morgen (Rijksoverheid) moeten varkenshouderijen vanaf 2035 voldoen aan bedrijfsspecifieke emissienormen voor ammoniak en broeikasgassen per dierplaats. De precieze normen worden naar verwachting in het eerste kwartaal van 2027 bekendgemaakt. Wie in 2026 een kraamafdeling ontwerpt, weet dus nog niet precies tegen welke norm die stal straks wordt gemeten.
Daarnaast geldt nu al een basisregel. Volgens het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) moet een varkensstal onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) emissiearm zijn zodra er meer dan 15 varkens (exclusief biggen) of meer dan 10 biggen worden gehouden. De emissiegrenswaarden hangen af van het bouwjaar van de stal. Een ingrijpende renovatie kan daardoor bepalen welke grenswaarde voor jouw afdeling geldt. Bespreek dat met je adviseur voordat de tekening vastligt.
De tweede ontwikkeling is de hokmaat. Nieuwe Oogst (2024) meldt dat voor deelnemers aan het Beter Leven-keurmerk uiterlijk in 2035 een vrijloopkraamhok van 7,5 m² verplicht wordt, voor alle drie de sterren. Hokken die niet aan die maat voldoen, krijgen een overgangstermijn tot 2045. Dat is een eis van het keurmerk en geen wet. Voor vermeerderaars die via een keurmerkketen afzetten, telt het in de praktijk wel even zwaar.
De meeste varkenshouders kijken eerst naar het type hok. Het werkelijke knelpunt zit vaak ergens anders: in het aantal plaatsen. Nieuwe Oogst (2026) schrijft dat de overstap naar vrijloopkraamhokken voor veel zeugenhouders betekent dat zij extra kraamhokken moeten bouwen om hetzelfde aantal zeugen te houden. Of dat lukt, hangt sterk af van de bereidheid van overheden om daar vergunningen voor te verlenen. Je eerste berekening is dus een capaciteitsberekening en geen keuze uit een catalogus.
Welke routes maken een kraamstal toekomstbestendig 2035?
Wie nu een kraamstal renoveert of nieuw bouwt, kan grofweg vier kanten op. Elke route hoort bij een andere uitgangspositie: hoe oud de stal is, welke ruimte er op het erf is en of je deelneemt aan een keurmerk.
- Traditionele kraamhokken één op één vervangen. De afdeling en de plaatsen blijven gelijk. Het is de kleinste ingreep, maar je loopt richting 2035 en 2045 tegen de hokmaat aan zodra een keurmerk of de wetgeving om meer ruimte vraagt.
- Vrijloopkraamhokken binnen de bestaande stalmaat. Je zet grotere hokken in de bestaande afdelingen. Je hebt geen nieuwbouw nodig, maar je verliest plaatsen per afdeling en moet je productieritme of groepsgrootte aanpassen.
- Nieuwbouw of uitbreiding met vrijloopkraamhokken van 7,5 m². Je houdt je capaciteit op peil en ontwerpt mestkelder, vloer en ventilatie in één keer op de nieuwe maat. Deze route vraagt wel om vergunningsruimte, en daar zit de onzekerheid.
- Gefaseerd ombouwen. Je vervangt nu de vaste delen (kelder, roostervloer, leidingwerk) met een indeling die al op vrijloop is afgestemd. De hokinrichting volgt later, per afdeling.
Bij alle vier routes gaan de vaste delen het langst mee: mestkelder, vloerindeling en wanden. De hokinrichting zelf is de laag die je eerder vervangt. Een praktische vuistregel is daarom om de vaste laag te ontwerpen op het grootste hok dat je redelijkerwijs verwacht, ook als je vandaag een kleiner hok plaatst. Wil je per hokonderdeel weten waar RVS en waar kunststof het langst meegaat, lees dan verder over materiaalkeuze per onderdeel in een vrijloopkraamhok richting 2035.
Hoe verschillen de routes in plaatsen, vergunning en risico?
De tabel zet de belangrijkste verschillen naast elkaar. Hij is bedoeld als eerste filter. De uitkomst voor jouw bedrijf hangt af van je stalmaat, vergunning en afzetketen.
| Aspect | Vrijloopkraamhok 7,5 m² (nieuwbouw) | Vrijloop binnen bestaande stal | Traditioneel kraamhok vervangen |
|---|---|---|---|
| Aansluiting Beter Leven 2035 | ✅ Voldoet aan hokmaat | ⚠️ Afhankelijk van haalbare maat | ❌ Overgang tot 2045 |
| Aantal kraamplaatsen | ✅ Capaciteit blijft gelijk | ❌ Minder plaatsen per afdeling | ✅ Plaatsen blijven gelijk |
| Vergunningsrisico | ⚠️ Extra ruimte nodig | ✅ Binnen bestaand bouwvolume | ✅ Meestal geen wijziging |
| Emissienorm 2035 | ✅ Kelder en vloer nieuw ontworpen | ⚠️ Bestaande kelder bepalend | ⚠️ Bestaande kelder bepalend |
| Herinvestering vóór 2045 | ✅ Weinig verwacht | ⚠️ Mogelijk bij strengere eisen | ❌ Waarschijnlijk nodig |
| Werkroutes medewerkers | ✅ Vrij in te delen | ⚠️ Gebonden aan bestaande gangen | ✅ Bekende routing |
Achter elke rij zitten kosten die in een eerste offerte vaak niet zichtbaar zijn. In een vrijloopkraamhok liggen zeugenroostervloer, biggenroostervloer en dicht biggennest anders dan in een traditioneel hok. Komen de mestkanalen in je bestaande kelder niet overeen met die nieuwe indeling, dan wordt een renovatie binnen de bestaande stal al snel duurder dan je had gedacht. Vraag daarom altijd een tekening waarop de hokindeling over de kelderindeling heen ligt.

Hetzelfde geldt voor water en voer. Een groter hok verplaatst de trog, de drinkbak voor de zeug en de biggenvoerbak. De aanvoerleidingen lopen dan ook anders. Wie dat pas tijdens de montage oplost, krijgt extra uren voor de installateur en bochten in het leidingwerk die het reinigen lastiger maken. De maten en uitvoeringen die nu gangbaar zijn, staan in het overzicht eisen, maten en uitvoeringen van vrijloopkraamhokken in 2026.
Ook wat er na het spenen gebeurt, telt mee. Verandert het aantal kraamplaatsen of het productieritme, dan verschuift de aanvoer naar de opfok- en vleesvarkensafdelingen mee. De afweging tussen voersysteem, vloer en materiaal maak je daar op dezelfde manier. In het artikel over hokinrichting voor vleesvarkens: groepsvoeding, vloer en materiaalkeuze lees je hoe die drie keuzes op elkaar ingrijpen. Een plan voor de kraamstal dat de rest van de keten negeert, loopt een paar jaar later alsnog vast.
Welke route past bij jouw bedrijf, en wat leg je in 2026 al vast?
Neem je deel aan Beter Leven of verwacht je dat binnen afzienbare tijd te doen? Dan is een vrijloopkraamhok van 7,5 m² het logische uitgangspunt. De vraag is dan niet of je overstapt, maar hoe je de capaciteit regelt. Heb je ruimte op het erf en een vergunning die meegroeit, dan voorkomt nieuwbouw dat je je productieritme moet ombouwen.
Is de stal jonger en de kelder in goede staat, terwijl een keurmerk voor jou geen rol speelt? Dan kan vervangen binnen de bestaande maat verstandig zijn. Houd dan wel rekening met de overgangstermijn tot 2045 en met de emissienormen die in 2027 bekend worden. Is de kelder toch al aan vervanging toe, dan is gefaseerd ombouwen vaak de route met het minste risico. Je legt de vaste laag één keer goed aan en kiest het moment voor de hokinrichting zelf.
Wacht niet tot alle normen bekend zijn. Ontwerp wel zo dat je de laatste beslissingen nog kunt bijstellen. In de praktijk werkt deze volgorde:
- Bepaal je positie ten opzichte van het keurmerk. Daarmee ligt de hokmaat vast die je als ondergrens hanteert.
- Reken je kraamplaatsen door. Ga uit van je productieritme en bereken hoeveel hokken van de gekozen maat in je bestaande afdelingen passen. Het verschil is je capaciteitsvraag.
- Toets je vergunningsruimte. Laat vroeg uitzoeken of extra bouwvolume of een gewijzigd stalsysteem haalbaar is. Hier zit het grootste risico voor de planning.
- Houd kelder en vloer flexibel tot de emissienormen er zijn. Werk het ontwerp verder uit, maar leg het emissiearme systeem pas definitief vast als de bedrijfsspecifieke normen in 2027 bekend zijn.
- Ontwerp de hokinrichting modulair. Kies wanden, fixatie en roostervloerdelen zo dat je later per afdeling kunt omschakelen, zonder dat de vaste laag eruit moet.
Een kraamstal toekomstbestendig 2035 maken is daarmee vooral een kwestie van volgorde. Wie eerst plaatsen, vergunning en kelder uitzoekt, kiest daarna een hok dat past. Wie met het hok begint, ontdekt die andere drie vaak pas als de offerte al getekend is.
Veelgestelde vragen
Is een vrijloopkraamhok in Nederland in 2035 wettelijk verplicht?
Beter Leven-eis is het juiste woord voor de 7,5 m² in 2035: het gaat om een criterium van het keurmerk en niet om een wet. Of en wanneer er een wettelijke verplichting voor vrijloop komt, is een apart traject. Controleer de actuele stand bij de Rijksoverheid of je adviseur voordat je investeert.

Wat gebeurt er na 2035 met kraamhokken kleiner dan 7,5 m²?
Overgangstermijn is hier het sleutelwoord: voor Beter Leven-deelnemers mogen hokken die niet aan de maat voldoen tot 2045 blijven staan. Plaats je nu nog kleinere hokken, dan heb je die dus nog tien jaar na 2035. Of dat genoeg is om je investering terug te verdienen, bereken je per afdeling.
Moet ik wachten tot de emissienormen in 2027 bekend zijn?
Ontwerpen en beslissen zijn twee verschillende stappen. Met het ontwerp, de capaciteitsberekening en de vergunningsvraag kun je nu al aan de slag. Het definitieve emissiearme systeem voor kelder en vloer leg je bij voorkeur pas vast als de normen per dierplaats bekend zijn.
Kan ik een traditioneel kraamhok ombouwen tot vrijloopkraamhok?
Ombouw hangt af van de hokmaat en de kelderindeling eronder. In veel bestaande afdelingen passen na ombouw minder hokken, omdat elk hok meer vloeroppervlak vraagt. Laat daarom eerst een indeling tekenen op je bestaande kelder voordat je kiest tussen ombouw en nieuwbouw.
Hoeveel kraamplaatsen verlies ik bij de overstap naar 7,5 m²?
Vloeroppervlak per hok bepaalt het verlies, niet het hoktype. Stel dat je huidige hokken rond de 4 tot 4,5 m² zijn: dan passen er in dezelfde afdeling grofweg 40 tot 45 procent minder hokken, afhankelijk van gangen en hokvorm. Die plaatsen moet je elders opvangen of compenseren met een ander productieritme.
Waar begin je met je kraamstal richting 2035?
Begin met de berekening van je kraamplaatsen en de vraag of je vergunning ruimte biedt. Pas daarna kies je de route en het hok. Zo blijft je investering na 2035 en 2045 overeind.
Van Osch B.V. ontwerpt en produceert in Uden zowel traditionele kraamhokken als vrijloopkraamhokken, in maatwerk dat is afgestemd op je bestaande stalmaat en kelderindeling. De adviseurs denken mee over de volgorde van plaatsen, vloer en hokinrichting, en de Vijf O’s (Oplossingsgericht, Ondersteunend, Open, Opgeruimd, Oprecht) leggen vast hoe Van Osch na oplevering bereikbaar blijft. Wil je weten welke route bij jouw kraamstal past? Bekijk de maatwerkoplossingen voor kraamzeugen en vraag advies aan voor je eigen stal.
Veelgestelde vragen over kraamhokken richting 2035
Is een vrijloopkraamhok straks verplicht?
Dat hangt af van de definitieve wet- en regelgeving, de overgangstermijnen en eventuele voorwaarden voor bestaande stallen. Wel is duidelijk dat de beweging richting meer ruimte en bewegingsvrijheid voor de zeug doorzet. Bij nieuwbouw of een grote verbouwing is het daarom verstandig om nu al rekening te houden met een ruimere kraamopzet.

Kan ik mijn bestaande kraamstal aanpassen zonder volledig nieuw te bouwen?
Dat kan vaak, maar de mogelijkheden worden bepaald door de stalbreedte, ligging van de mestkelder, ventilatie, voergang, technische installatie en beschikbare vergunningruimte. Soms is een gefaseerde renovatie mogelijk; in andere situaties is een nieuwe afdeling economisch of praktisch logischer.
Hoe groot moet een vrijloopkraamhok zijn?
Als uitgangspunt wordt vaak gerekend met circa 7,5 m² per kraamhok, inclusief ruimte voor de zeug en biggen. De bruikbare maat hangt echter ook af van de lengte-breedteverhouding, de positie van voer en water, de biggennestvoorziening en de uitvoering van de vloer.
Leidt meer ruimte altijd tot meer biggenuitval?
Niet per se. Een groter hok vraagt wel om een goede inrichting. Bescherming van de biggen, een aantrekkelijk en warm biggennest, overzicht voor de zeug en veilige ligzones zijn belangrijk om doodliggen te beperken. Ook management rond werpen, toezicht en klimaat blijft bepalend.
Kan ik mijn huidige kraamhokken tijdelijk blijven gebruiken?
Voor bestaande stallen kunnen overgangsregels gelden. Controleer daarom altijd de actuele eisen en bespreek je plannen tijdig met je adviseur, vergunningverlener en stalinrichter. Wachten tot een investering noodzakelijk wordt, beperkt meestal de keuzevrijheid.
Conclusie
De keuze voor een kraamstal toekomstbestendig 2035 gaat niet alleen over een nieuw hok. Het gaat om ruimte, productieplanning, vergunning, biggenveiligheid en de technische mogelijkheden van je bestaande stal. Door eerst je benodigde aantal kraamplaatsen en beschikbare vierkante meters door te rekenen, voorkom je dat een oplossing op papier past maar in de praktijk te veel capaciteit kost.
Een maatwerkontwerp maakt het mogelijk om de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten, zonder het comfort van zeug en biggen uit het oog te verliezen. Zo blijft je kraamstal toekomstbestendig 2035, ook als eisen voor hokmaat en emissies verder worden uitgewerkt.
Bronnen
- Groei naar Morgen (Rijksoverheid) — Groeiennaarmorgen
- Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) — Iplo
- Nieuwe Oogst (2024) — Nieuweoogst
- De plannen voor intensieve veehouderij (pluimvee, varkens en kalveren) — Groei naar Morgen (Rijksoverheid)
- Emissiearme stal varkens — Informatiepunt Leefomgeving (IPLO)
- Dierenbescherming kiest voor vrijloopkraamhok van 7,5 vierkante meter — Nieuwe Oogst
- Varkenscriteria Beter Leven-keurmerk worden aangescherpt — Nieuwe Oogst