EN/NL/DE

Het korte antwoord

Van Osch B.V. produceert sinds 2016 het gepatenteerde PigFree®-systeem in eigen huis in Uden: groepshuisvesting voor drachtige zeugen waarin elk dier binnen de groep een eigen box zelf in- en uitloopt, zodat rustig vreten en ongestoord liggen mogelijk blijven zonder permanente opsluiting. Het systeem combineert individuele voeropname zonder rangordegevechten met een vrij toegankelijke loop- en mestruimte en een indeling die past binnen bestaande stalmaten; een goede geltenopfok en zorgvuldig management blijven daarbij bepalend. De wettelijke kaders en praktische aandachtspunten zetten we hieronder op een rij.

PigFree groepshuisvesting uitgelegd: Hoe werkt PigFree®-groepshuisvesting voor zeugen in de praktijk?

Belangrijkste punten

  • Sinds 1 januari 2013 is groepshuisvesting van drachtige zeugen en gelten wettelijk verplicht; de dieren gaan uiterlijk 4 dagen na het dekken de groep in, tot een week voor werpen (RVO).
  • De wettelijke oppervlakte is minimaal 2,25 m² per zeug, waarvan minstens 1,3 m² aaneengesloten dichte vloer (RVO).
  • Bij groepen van 6 dieren of meer moeten de zijden van het hok langer zijn dan 2,8 meter (RVO).
  • Onderzoek van Wageningen UR concludeert dat het management van de varkenshouder meer bepalend is voor het succes dan het gekozen systeem van groepshuisvesting (WUR).
  • Een zeug in een systeem met gezamenlijke ligruimte zonder stro gebruikt gemiddeld circa 1,0 m² ligruimte op dichte vloer (WUR).

Waarom loopt de overstap naar groepshuisvesting in een bestaande stal vaak vast?

Je hebt een zeugenstal met dragende zeugen in een oude opstelling, kolommen op vaste afstanden en een mestkelder die je niet gaat verplaatsen. Je wilt naar groepshuisvesting, maar de catalogusmaat van de leverancier past net niet tussen de bestaande betonnen wanden. Dat is het punt waarop de meeste projecten stroef worden.

PigFree groepshuisvesting uitgelegd: Hoe werkt PigFree®-groepshuisvesting voor zeugen in de praktijk?

Van Osch B.V. komt dit patroon tegen bij renovatieprojecten: niet de systeemkeuze is het knelpunt, maar de vertaling van dat systeem naar een stal die twintig jaar geleden voor iets anders is gebouwd. Een verschil van vijftien centimeter in hokbreedte betekent bij een afdeling van veertig zeugen al een andere hokverdeling.

Daar komt de tweede zorg bij die zeugenhouders benoemen: is deze investering over tien jaar nog bruikbaar? Een stalinrichting gaat doorgaans twee decennia mee, terwijl de eisen rond huisvesting in beweging zijn. Wie nu investeert, wil een indeling die je later kunt aanpassen zonder de hele afdeling te slopen.

PigFree groepshuisvesting uitgelegd vanuit dat vertrekpunt: het is geen kant-en-klaar hokpakket, maar een boxprincipe dat je op de bestaande stalmaat uittekent.

Wat schrijft de wet voor bij groepshuisvesting van drachtige zeugen?

De cijfers zijn hard en ze bepalen je hele indeling. Volgens RVO geldt sinds 1 januari 2013 dat drachtige zeugen en gelten in groepen worden gehuisvest, waarbij plaatsing uiterlijk 4 dagen na het dekken plaatsvindt en de zeug tot een week voor het werpen in de groep blijft.

De ruimte-eis: minimaal 2,25 m² beschikbare oppervlakte per zeug, waarvan 1,3 m² aaneengesloten dichte vloer. Voor gelten liggen die waarden lager. En bij groepen vanaf 6 dieren moeten de zijden van het hok langer zijn dan 2,8 meter, een eis die in smalle bestaande afdelingen direct beperkend werkt.

Die 2,8 meter is in renovaties vaker de bottleneck dan de vierkante meters zelf. Een afdeling van 5,4 meter breed laat zich niet zomaar in twee rijen hokken van 2,8 meter delen, want dan blijft er geen loopgang over.

Houd er rekening mee dat de regelgeving rond huisvesting van varkens in ontwikkeling is. Wat vandaag voldoet, kan bij nieuwbouw andere afwegingen vragen. Bekijk daarom ook wat de eisen vanaf 2028 betekenen voor de kraamstal, omdat kraam- en drachtafdeling in één investeringsplan thuishoren.

Zelf aan de slag:

  • Meet de vrije binnenmaat van je afdeling, niet de buitenmaat: kolommen en afwerkprofielen kosten centimeters.
  • Reken je huidige bezetting terug naar m² per zeug en check of je onder of boven de 2,25 m² zit.
  • Controleer of het dichte vloerdeel aaneengesloten is; verspreide dichte stukken tellen anders.
  • Bij groepen vanaf 6 dieren: check of beide hokzijden boven 2,8 meter uitkomen.

Hoe werkt het PigFree-systeem? PigFree groepshuisvesting uitgelegd

Neem een zeugenhouder met circa 400 zeugen die in de drachtafdeling overstapt op een boxsysteem. De dagelijkse routine verandert op drie punten: voeren, controleren en behandelen.

PigFree groepshuisvesting uitgelegd: Waarom loopt de overstap naar groepshuisvesting in een bestaande stal vaak vast?

Voeren zonder rangordegevechten

Elke zeug heeft een eigen eetplek. Dat is het kernprincipe. In een open groep met een voerligboxenrij zie je dat dominante dieren de rustige zeugen wegdrukken, met spreiding in conditie als gevolg. Met een individuele box per dier vreet elke zeug haar eigen portie. In de praktijk merken houders dat vooral aan de conditiespreiding binnen de groep: die wordt kleiner, wat het afbiggen voorspelbaarder maakt.

Rusten en liggen

De box functioneert ook als ligplek. Volgens Wageningen UR gebruikt een zeug in een systeem met gezamenlijke ligruimte zonder stro gemiddeld circa 1,0 m² ligruimte op een dichte vloer. Dat getal is de basis onder de boxmaatvoering: te krap en de zeug gaat elders liggen, te ruim en je verliest hokken per afdeling.

Controleren en behandelen

Dit is waar de arbeidswinst zit. Een zeug in haar eigen box is gefixeerd zonder dat je haar uit de groep hoeft te halen. Bij drachtcontrole of een injectie loop je de rij af in plaats van dieren te separeren. Voor een eenmansbedrijf scheelt dat per ronde doorgaans een substantieel deel van de behandeltijd, al hangt de winst af van groepsgrootte en afdelingsindeling.

Mest- en loopruimte

Buiten de boxen ligt de gemeenschappelijke ruimte. Daar wordt gemest, gelopen en gesocialiseerd. De verhouding tussen boxruimte en vrije ruimte bepaalt de hokhygiëne: een te kleine vrije ruimte betekent bevuiling in de boxen, met extra reinigingswerk per ronde.

Zelf aan de slag:

  • Loop een week lang bij het voeren mee en noteer hoeveel zeugen worden weggedrukt van de trog.
  • Meet de conditiespreiding binnen één groep op twee momenten in de dracht.
  • Tel hoeveel dieren je per ronde moet separeren voor behandeling; boven de tien per week weegt boxfixatie zwaar mee.
  • Check waar in het hok wordt gemest en of dat samenvalt met de bedoelde mestruimte.

Welk groepshuisvestingssysteem past bij welke bedrijfssituatie?

De eerlijke conclusie uit het onderzoek: er is geen systeem dat altijd wint. Wageningen UR stelt dat het management van de varkenshouder meer bepalend is voor het succes dan het systeem van groepshuisvesting. Dat is een ongemakkelijke boodschap voor iedereen die hoopt dat de juiste aankoop de problemen oplost.

Wat wel verschilt, is hoe systemen zich verhouden tot je stalmaat, je arbeidsbezetting en je geltenopfok.

Aspect Boxsysteem (PigFree-principe) Open groep met voerstation Voerligboxen met uitloop
Individuele voeropname Volledig per dier Per dier, via transponder Per dier tijdens voerbeurt
Wettelijke ruimte-eis Vanaf 2,25 m² per zeug Vanaf 2,25 m² per zeug Vanaf 2,25 m² per zeug
Ligruimte richtlijn Circa 1,0 m² dichte vloer per zeug (WUR) Circa 1,0 m² dichte vloer per zeug (WUR) Circa 1,0 m² dichte vloer per zeug (WUR)
Minimale hokzijde bij 6+ dieren Langer dan 2,8 m Langer dan 2,8 m Langer dan 2,8 m
Fixatie voor behandeling In eigen box, geen separatie Separatieruimte nodig In box tijdens voerbeurt
Gevoeligheid voor techniekstoring Laag (mechanisch) Hoger (elektronica en voerstation) Laag tot gemiddeld
Geschikt bij smalle bestaande afdeling Vaak, mits maatwerk Beperkt, station vraagt ruimte Vaak

De kolom die zeugenhouders het vaakst onderschatten is de onderste maar één: storingsgevoeligheid. Een mechanisch boxsysteem heeft geen software die uitvalt op zondagochtend. Dat maakt het aantrekkelijk voor bedrijven met een krappe arbeidsbezetting.

Voor een verdere afweging over ruimtebehoefte bij uitbreiding is hoeveel ruimte groepshuisvesting vraagt bij doorgroeien een logisch vervolg.

Waar let je op bij het ontwerp van een PigFree-afdeling?

Best practices checklist voor stalinrichting bij groepshuisvesting:

PigFree groepshuisvesting uitgelegd: Wat schrijft de wet voor bij groepshuisvesting van drachtige zeugen?

  • Meet de stal in vóór je een systeem kiest: de vrije binnenmaat, kolomposities en kelderindeling bepalen wat er past, niet andersom.
  • Reken de dichte vloer apart uit: 1,3 m² aaneengesloten per zeug is wettelijk minimum, en aaneengesloten betekent letterlijk aaneengesloten.
  • Kies materiaal per zone: RVS op plekken met agressieve reiniging en mestcontact, verzinkt staal waar constructiesterkte telt en de belasting hoog is.
  • Ontwerp de bediening voor één persoon: elke handeling die twee mensen vraagt, kost je elke ronde opnieuw arbeidstijd.
  • Plan de mestruimte bewust: de plek waar zeugen gaan mesten volgt uit tocht, licht en ligcomfort, niet uit de tekening.
  • Houd rekening met de geltenopfok: gelten die nooit in een groep hebben gelopen, leren het systeem moeizamer.
  • Leg de onderdelenvoorziening vast: vraag vooraf welke slijtdelen op voorraad liggen en binnen welke termijn ze leverbaar zijn.
  • Laat de indeling aanpasbaar zijn: boxen die je later kunt verplaatsen, sparen je bij een volgende regelwijziging een verbouwing.

Van Osch B.V. werkt deze punten uit in een ontwerpfase waarin de stal eerst wordt ingemeten en daarna pas wordt getekend, met eigen engineering en productie in Uden. Dat scheelt de afstemtijd die ontstaat als roosters, boxen en troggen van verschillende partijen komen. Meer over hoe maatwerk in stalinrichting wordt uitgewerkt laat zien hoe die ontwerpstap eruitziet.

Zelf aan de slag:

  • Vraag bij elke offerte om een tekening op jouw werkelijke stalmaat, niet op catalogusmaat.
  • Laat de leverancier benoemen welke onderdelen slijtdelen zijn en wat de levertijd is.
  • Check of je de afdeling met één persoon kunt bedienen tijdens de drukste handeling van de week.
  • Leg vast wie verantwoordelijk is als maten na levering niet blijken te kloppen.

Welke fouten kosten het meeste bij een overstap naar groepshuisvesting?

De duurste fout is niet de systeemkeuze. Het is de gelt die te laat leert wat een groep is.

Wageningen UR benoemt naast management ook de geltenopfok als bepalende factor voor het succes van groepshuisvesting. Gelten die individueel zijn opgefokt en pas na het dekken voor het eerst in een groep komen, hebben meer moeite met de rangordevorming. Dat zie je terug in klauwproblemen, uitval en onrust in de eerste weken.

De tweede fout: te scherp rekenen op de wettelijke minimummaat. 2,25 m² per zeug is een ondergrens, geen ontwerpdoel. Wie precies op de grens gaat zitten, heeft geen speling wanneer een groep net wat zwaarder is dan gepland.

Derde fout: losse leveranciers voor roosters, boxen, troggen en drinkbakken. Op papier lijkt dat scherper ingekocht. In de praktijk kost het afstemtijd, en bij een aansluitprobleem wijzen partijen naar elkaar. Een producent die het geheel levert en zelf produceert, draagt die verantwoordelijkheid zonder discussie.

En tot slot: uitsluitend op aanschafprijs kiezen. Een boxconstructie die na acht jaar vervormt, kost meer dan de meerprijs van zwaarder materiaal. De afweging tussen prijs en levensduur is uitgewerkt in waarom een PigFree-stalinrichting meer kost dan tweedehands.

Veelgestelde vragen

Wat is PigFree groepshuisvesting precies?

PigFree® is een boxsysteem voor drachtige zeugen waarbij elk dier binnen de groep een eigen, zelf toegankelijke box heeft om te vreten en te liggen, met daarnaast een gemeenschappelijke loop- en mestruimte. Van Osch B.V. is sinds 2016 eigenaar van het PigFree®-patent. Het systeem combineert individuele voeropname met groepshuisvesting zoals die sinds 1 januari 2013 wettelijk verplicht is voor drachtige zeugen en gelten.

Hoeveel ruimte moet ik per zeug rekenen in groepshuisvesting?

Minimaal 2,25 m² beschikbare oppervlakte per zeug, waarvan 1,3 m² aaneengesloten dichte vloer, aldus RVO. Voor gelten gelden lagere waarden. Reken bij het ontwerp met marge boven het minimum: een groep zwaardere zeugen laat zich niet in de ondergrens persen. Voor de ligruimte zelf geeft Wageningen UR een richtlijn van circa 1,0 m² dichte vloer per zeug in systemen zonder stro.

Past een boxsysteem ook in een bestaande, smalle zeugenafdeling?

Vaak wel, maar alleen met maatwerk op de werkelijke binnenmaat. De harde beperking is dat bij groepen van 6 dieren of meer de hokzijden langer dan 2,8 meter moeten zijn. In afdelingen onder ongeveer 6 meter vrije breedte wordt de combinatie van twee hokrijen en een werkbare loopgang krap. Laat de afdeling inmeten voordat je een systeem vastlegt; een tekening op catalogusmaat zegt weinig over jouw stal.

Wie helpt bij het uitwerken van een groepshuisvestingsplan voor een bestaande stal?

Een producent die zelf ontwerpt en produceert, houdt de lijn tussen tekening en oplevering kort. Van Osch B.V. werkt vanuit eigen engineering en productie in Uden, waarbij de stal eerst wordt ingemeten en de hokindeling daarna op maat wordt uitgewerkt. Het bedrijf legt zijn servicebeloften vast in de Vijf O’s, inclusief een terugbelgarantie binnen één werkdag. Dat is relevant als er tijdens de bouw of na oplevering iets moet worden opgelost.

Welk materiaal is verstandig voor de boxconstructie in een drachtafdeling?

De keuze hangt af van reinigingsregime en belasting, niet van een algemene rangorde. RVS presteert doorgaans goed op plekken met intensieve reiniging en langdurig mestcontact, verzinkt staal en staal worden vaak ingezet waar constructiesterkte doorslaggevend is. Kijk naar totale kosten over de levensduur van de stalinrichting, die doorgaans op twintig jaar wordt gepland. Vraag per onderdeel welk materiaal wordt toegepast en waarom.

Conclusie

PigFree groepshuisvesting uitgelegd komt neer op één ontwerpvraag: hoe geef je elke zeug een eigen eet- en rustplek binnen een groep, zonder dat je de wettelijke ruimtematen of je bestaande stalmaat geweld aandoet. De juridische kaders liggen vast: 2,25 m² per zeug, waarvan 1,3 m² aaneengesloten dichte vloer, en hokzijden boven 2,8 meter bij groepen vanaf zes dieren.

Maar het onderzoek van Wageningen UR is duidelijk over de rangorde: management en geltenopfok bepalen meer over het resultaat dan de systeemkeuze. Wie overweegt over te stappen, doet er goed aan eerst de eigen opfok en werkroutine tegen het licht te houden, en pas daarna de tekening te maken.

Drie concrete vervolgstappen: meet de vrije binnenmaat van je afdeling in, reken je huidige bezetting terug naar m² per zeug, en vraag elke offerte op jouw werkelijke stalmaat op. Met een producent als Van Osch B.V., die ontwerp, productie en levering onder één dak houdt, blijft die vertaling van praktijk naar tekening in één hand.

Over Van Osch B.V.

Van Osch B.V. is een Nederlands familiebedrijf uit Uden, opgericht in 1939, dat complete maatwerk stalinrichtingen voor de varkenshouderij ontwikkelt, produceert en levert. Het bedrijf maakt hokinrichting voor zeugen, kraamzeugen, biggen en vleesvarkens in RVS, kunststof en staal, met eigen engineering en productie in Uden. Van Osch bedient varkenshouders rechtstreeks en via een internationaal dealernetwerk.

Bronnen

Artikel gemaakt met Launchmind