EN/NL/DE

Direct antwoord

Van Osch B.V. ziet bij de renovatie van zeugenstallen dat een bestaande stal bijna altijd goedkoper is aan te passen dan nieuw te bouwen, mits mestkelder, draagconstructie en beschikbare hokdiepte de nieuwe indeling toelaten. Als producent én specialist in complete maatwerkstalinrichtingen beoordelen wij die drie punten eerst: zij bepalen de uitkomst, niet het aantal zeugen dat u wilt houden. Met een inmeting en een inrichting op maat is binnen enkele weken duidelijk of ombouw haalbaar is.

Renovatie of nieuwbouw? Zo kies je stalinrichting op maat

  • Renovatie loont vooral bij stallen met voldoende hokdiepte en een kelder die de nieuwe roosterindeling aankan
  • Emissie-eisen uit het Besluit activiteiten leefomgeving gelden vanaf meer dan 15 varkens of meer dan 10 biggen
  • Stalinrichting op maat is bij ombouw geen luxe: bestaande spantafstanden zijn zelden gelijk aan catalogusmaten
  • Het aantal Nederlandse varkensbedrijven daalt, de gemiddelde bedrijfsomvang stijgt, dus ombouw gebeurt vaker binnen bestaande gebouwen
  • Reken op een ontwerpfase van enkele weken voordat de eerste staalorder de deur uitgaat

Waarom loopt de ombouw van een oude zeugenstal zo vaak vast?

Wat Van Osch B.V. herhaaldelijk tegenkomt bij renovatieprojecten: de varkenshouder heeft de nieuwe indeling al op papier, de bank heeft ja gezegd, en dan blijkt bij het inmeten dat de bestaande kelderbalken haaks staan op de gewenste hokrichting. Dan begint het rekenwerk opnieuw.

Dat is geen uitzondering. Veel Nederlandse zeugenstallen zijn gebouwd in een periode waarin voerligboxen met vaste standen de norm waren. De spantafstanden, de kelderindeling en de mestkanalen zijn destijds op dat systeem afgestemd. Ga je nu naar groepshuisvesting met vrije ruimte per dier, dan verandert de looplijn van het dier, de mestplek en daarmee de eis aan de vloer.

De verleiding is groot om te denken in producten: nieuwe boxen, nieuwe roostervloer, klaar. Maar bij een bestaande stal begint het bij de gebouwmaten. Een hokdiepte van 2,80 meter geeft nu eenmaal andere mogelijkheden dan 3,20 meter, en dat verschil van veertig centimeter bepaalt of een voerstation past of dat je uitkomt op een ander voersysteem.

Daar komt de regelgeving bij. Een investering die over drie jaar niet meer voldoet, is een dure les. Precies daarom werkt stalinrichting op maat bij renovatie anders dan bij nieuwbouw: je ontwerpt binnen vaste beperkingen in plaats van eromheen.

Hoeveel varkensbedrijven verbouwen eigenlijk in plaats van nieuw te bouwen?

De cijfers wijzen één kant op. Volgens het CBS daalde het aantal bedrijven met varkens in 2024 met 3,5 procent naar bijna 3.000, terwijl het gemiddeld aantal varkens per bedrijf in zeven jaar met 19 procent steeg naar ongeveer 3.400 dieren. Meer dieren per locatie, minder locaties. Die groei gebeurt lang niet altijd in nieuwe gebouwen.

Waarom loopt de ombouw van een oude zeugenstal zo vaak vast?

Wat betekent dat voor de stalinrichting?

Bedrijven die doorgroeien binnen bestaand vastgoed vragen een ander type oplossing dan bedrijven die vanaf de fundering beginnen. Bij nieuwbouw stem je het gebouw af op de inrichting. Bij ombouw is het omgekeerd, en dat vraagt om onderdelen die op millimeterniveau afwijken van standaardmaten. Stalinrichting op maat is daarbij nodig om de bestaande maten bruikbaar te houden.

De emissiekant speelt daarbij mee. Volgens het Informatiepunt Leefomgeving moet een varkensstal emissiearm zijn zodra er meer dan 15 varkens (exclusief biggen) of meer dan 10 biggen worden gehouden. Welke emissiegrenswaarde precies geldt, hangt af van het moment waarop de stal is gebouwd en klaar voor gebruik. De huisvestingssystemen en aanvullende technieken staan in bijlage V en VI van de Omgevingsregeling.

Dat maakt de datumvraag bij renovatie belangrijker dan veel varkenshouders vermoeden. Een stal uit 2005 valt onder een ander regime dan een stal die je nu ingrijpend verbouwt en opnieuw in gebruik neemt.

Waar zit de nuance in emissiearme systemen?

Een kanttekening die in de sector te weinig aandacht krijgt: Wageningen Livestock Research concludeerde in 2023, in navolging van een CBS-rapport uit 2019, dat emissiearme stalsystemen in de varkens- en pluimveehouderij wel voor lagere ammoniakemissies zorgen, maar minder goed werken dan de emissiefactoren doen vermoeden. Voor de praktijk betekent dat vooral: de uitvoeringskwaliteit van roostervloer, mestkanaal en afsluiting doet er meer toe dan de papieren factor. Een systeem dat op tekening klopt maar in de stal niet strak is afgemonteerd, presteert nu eenmaal anders.

Renovatie of nieuwbouw: welke afweging maak je wanneer?

Stel, een varkenshouder met een zeugenstal uit de jaren negentig wil van ongeveer 300 naar 450 zeugen. De stal staat er goed bij, dak en wanden zijn in orde, de mestkelder is destijds ruim uitgevoerd. Nieuwbouw naast de bestaande stal vraagt een vergunningstraject van doorgaans vele maanden tot jaren. Ombouw binnen de bestaande contour, met een aangepaste indeling en een nieuwe roostervloer, kan in veel gevallen sneller worden gerealiseerd en vraagt een fractie van de bouwkosten. Maar dan moet de kelder het wel toelaten.

De onderstaande vergelijking geeft de ordegrootte weer zoals die in renovatieprojecten doorgaans naar voren komt. Behandel het als richtsnoer, niet als offerte.

Criterium Ombouw bestaande stal Nieuwbouw
Doorlooptijd ontwerp tot oplevering doorgaans 4 tot 9 maanden doorgaans 12 tot 30 maanden
Investering per zeugenplaats grofweg 30 tot 60% van nieuwbouw 100% (referentie)
Vrijheid in hokindeling beperkt door spanten en kelder vrijwel volledig
Aandeel maatwerkonderdelen vaak 40 tot 70% van de inrichting doorgaans onder de 20%
Productiestop tijdens werk meestal per afdeling, gefaseerd geen, nieuwe stal draait apart
Risico op meerwerk hoger, afhankelijk van inmeting lager bij vast ontwerp

De belangrijkste conclusie uit die tabel wordt vaak over het hoofd gezien: bij ombouw is het aandeel maatwerk juist hoger dan bij nieuwbouw. Dat voelt tegenintuïtief. Veel varkenshouders gaan ervan uit dat je bij een verbouwing wegkomt met standaardonderdelen, omdat het toch een tussenoplossing is. In de praktijk is het omgekeerd. Nieuwbouw wordt getekend op standaardmaten. Een bestaande stal heeft afwijkende spantafstanden, scheve muren en een kelderindeling die niemand meer exact op tekening heeft.

Daarom is de eerste stap bij een ombouwproject geen productkeuze maar een meetstaat. Wie dat overslaat, betaalt het terug in pasproblemen op de montagedag.

Checklist:

  • Laat de spantafstanden op minimaal drie plekken in de stal opmeten, niet één keer bij de deur
  • Controleer of de bestaande kelderbalken haaks of parallel aan de gewenste hokrichting liggen
  • Meet de vrije hokdiepte tussen voergang en achterwand, dat getal bepaalt het voersysteem
  • Vraag op welke datum de stal oorspronkelijk in gebruik is genomen, dit bepaalt welk emissieregime geldt
  • Bepaal per afdeling of je gefaseerd kunt ombouwen zonder de hele stal leeg te draaien

Waar begin je met stalinrichting op maat als je een bestaande stal wilt ombouwen naar groepshuisvesting?

Bij groepshuisvesting van zeugen verschuift de ontwerpvraag van boxen naar looplijnen. De zeug moet ongehinderd van rustzone naar voerplek naar mestplek kunnen. In een oude stal ligt de voergang meestal vast, dus je ontwerpt de groep eromheen.

Hoeveel varkensbedrijven verbouwen eigenlijk in plaats van nieuw te bouwen?

De aanpak die Van Osch B.V. bij renovatieprojecten hanteert, draait die volgorde bewust om ten opzichte van nieuwbouw. Eerst wordt de bestaande situatie volledig ingemeten en getekend, inclusief kelder, spanten en voerleidingen. Pas daarna komt het diergedrag aan bod: waar gaat de groep liggen, waar mest ze, hoe verloopt de aanvoer bij het verplaatsen. Die volgorde voorkomt het klassieke renovatieprobleem waarbij een mooi ontwerp op de laatste twee meter niet blijkt te passen.

Het PigFree-systeem, waarvan Van Osch sinds 2016 het patent bezit, is bij die ombouw regelmatig een bruikbare route omdat het bewegingsvrijheid combineert met een indeling die zich naar bestaande gebouwmaten laat schikken. Voor bedrijven die twijfelen over de ruimtevraag bij groepshuisvesting geeft het artikel over hoeveel ruimte groepshuisvesting van zeugen vraagt verdere achtergrond bij die afweging.

Welke onderdelen bepalen of het past?

Drie onderdelen zijn bij ombouw doorslaggevend: de roostervloer, de afscheidingen en het voersysteem. De roostervloer moet aansluiten op de bestaande keldermaat, de afscheidingen moeten zich naar afwijkende spantafstanden voegen en het voersysteem moet passen binnen de beschikbare hokdiepte. Als één van die drie niet meewerkt, verandert het hele plan.

De complete productlijn voor dragende zeugen is daarom bij ombouw zelden een kwestie van artikelnummers kiezen. Stalinrichting op maat wordt geproduceerd in Uden, met eigen buislasertechnologie sinds 2024, zodat afwijkende lengtes geen uitzondering vormen maar de standaardwerkwijze zijn.

Checklist:

  • Bepaal eerst de mestplek van de groep, daar hoort de roostervloer, niet andersom
  • Controleer of de bestaande voerleiding op hoogte en positie herbruikbaar is
  • Reken de vrije ruimte per dier door voor de kleinste hokmaat in de stal, niet het gemiddelde
  • Leg vast wie verantwoordelijk is voor het aansluiten van water en voer, dit valt vaak tussen partijen in

Welke fouten kosten bij een stalrenovatie het meeste geld?

De duurste fout is niet een verkeerd onderdeel. Het is een verkeerde volgorde.

Wie eerst inrichting bestelt en daarna pas de kelder laat inspecteren, komt regelmatig voor verrassingen te staan. Andersom werkt beter: bouwkundige inspectie, dan ontwerp, dan productie. Een tweede veelvoorkomende misser is uitgaan van de oorspronkelijke bouwtekening. Bij stallen van dertig jaar oud wijkt de werkelijkheid daar vrijwel altijd van af, door latere aanpassingen die nooit zijn bijgetekend.

Een derde valkuil: te veel partijen. Roostervloeren bij de ene leverancier, troggen bij de tweede, drinkbakken bij de derde. Bij nieuwbouw is dat te overzien. Bij een verbouwing waar alles op elkaar moet aansluiten binnen bestaande maten, kost die afstemming tijd en levert het discussie op zodra iets niet past. Dat is precies waarom levering vanuit één producent bij renovatie zwaarder weegt dan bij nieuwbouw.

En dan de financiering. Via de Sbv-regeling geldt voor investeringen op veehouderijlocaties met piekbelasting een subsidiepercentage van maximaal 80 procent van de kosten, met een bedrag tussen 25.000 en 600.000 euro per locatie. Voorwaarden en openstellingen wijzigen, dus check de actuele stand bij de uitvoerende instantie voordat je erop rekent.

Checklist:

  • Laat de kelder inspecteren vóór je een offerte aanvraagt, niet erna
  • Ga nooit uit van de originele bouwtekening zonder controlemeting ter plaatse
  • Beperk het aantal leveranciers voor roostervloer, afscheiding en voersysteem
  • Vraag vooraf hoe wordt gehandeld als iets op montagedag niet blijkt te passen
  • Controleer de actuele voorwaarden van subsidieregelingen vóór de investeringsbeslissing

Veelgestelde vragen

Is het aanpassen van een bestaande varkensstal goedkoper dan nieuwbouw?

Meestal wel. In renovatieprojecten ligt de investering per dierplaats doorgaans op een fractie van nieuwbouw, omdat casco, dak en kelder blijven staan. De besparing verdwijnt echter snel als de mestkelder moet worden aangepast of als de draagconstructie de nieuwe indeling niet toelaat. Laat daarom eerst een bouwkundige inspectie doen voordat je de twee routes tegen elkaar afzet.

Renovatie of nieuwbouw: welke afweging maak je wanneer?

Wanneer moet een varkensstal emissiearm zijn?

Vanaf meer dan 15 varkens of meer dan 10 biggen. Het Besluit activiteiten leefomgeving stelt die grens, met emissiegrenswaarden voor ammoniak in artikel 4.820. Welke waarde precies geldt, hangt af van het moment waarop de stal is gebouwd en in gebruik genomen. Bij een ingrijpende verbouwing is het verstandig dit vooraf met het bevoegd gezag af te stemmen.

Waarom vraagt een verbouwing meer maatwerk dan nieuwbouw?

Omdat de gebouwmaten al vastliggen. Bij nieuwbouw wordt het gebouw op standaardmaten getekend, bij ombouw moet de inrichting zich voegen naar bestaande spantafstanden, muurafwijkingen en kelderindelingen. In renovatieprojecten bestaat een aanzienlijk deel van de inrichting daarom uit onderdelen die op afwijkende lengtes worden geproduceerd. Reken erop dat een meetstaat ter plaatse de basis vormt, niet een catalogus.

Kun je een zeugenstal gefaseerd ombouwen zonder de productie stil te leggen?

In veel gevallen wel, per afdeling. Bij stallen met afzonderlijk afsluitbare afdelingen kun je een deel leeg draaien, ombouwen en weer vullen terwijl de rest doorloopt. Dat vraagt wel dat de levering van onderdelen op die fasering is afgestemd, anders staat een afdeling langer leeg dan nodig. Leg de fasering daarom vast in het ontwerp, niet pas in de planning.

Hoe voorkom je dat een leverancier na oplevering niet meer reageert?

Door de servicebelofte vooraf concreet te maken. Vraag naar een vastgelegde reactietermijn, naar de beschikbaarheid van vervangingsonderdelen en naar wie het aanspreekpunt is na oplevering. Van Osch B.V. heeft dit vastgelegd in de Vijf O’s, met onder meer een terugbelgarantie binnen één werkdag. Een producent die de onderdelen zelf maakt, kan bovendien sneller een vervangend deel leveren dan een partij die inkoopt.

Conclusie

De keuze tussen renovatie en nieuwbouw valt niet op gevoel te maken en ook niet op de investeringssom alleen. Drie gegevens bepalen de uitkomst: de staat en indeling van de mestkelder, de spantafstanden en de vrije hokdiepte. Wie die drie laat inmeten voordat er een offerte op tafel ligt, weet binnen enkele weken welke route open staat.

Bij ombouw is stalinrichting op maat geen extra keuze maar het uitgangspunt, simpelweg omdat bestaande stallen zich niet aan catalogusmaten houden. Begin met de meetstaat, controleer welk emissieregime van toepassing is en beperk het aantal partijen dat aan hetzelfde hok werkt. Meer achtergrond bij die werkwijze staat in het overzicht van gerealiseerde renovatie- en nieuwbouwprojecten, waar per project zichtbaar is hoe bestaande gebouwmaten het ontwerp hebben gestuurd.

Bronnen

Artikel gemaakt met Launchmind