Snelle samenvatting
Wij van Van Osch B.V. ontwerpen en monteren maatwerkstalinrichtingen voor de varkenshouderij, waarbij we bij vleesvarkens eerst het voersysteem en het vreetgedrag in de groep bepalen. Bij brijvoedering via een lange trog moeten alle dieren gelijktijdig kunnen eten en is minimaal 0,3 meter troglengte per dier nodig; bij droogvoer telt het aantal vreetplekken, doorgaans één per acht vleesvarkens. Pas daarna beoordelen we of RVS, kunststof of gietijzer past, want die volgorde omdraaien is een veelvoorkomende en kostbare fout bij renovatie.

Belangrijkste punten
- Bij brijvoedering via een lange trog geldt voor vleesvarkens een minimale troglengte van 0,3 meter per dier, zodat alle dieren gelijktijdig kunnen eten (Varkensloket).
- Bij droogvoer telt het aantal vreetplekken: onderzoek gekoppeld aan Wageningen University & Research wijst op één vreetplek per vijf biggen en één per acht vleesvarkens (Varkens.nl, 2023).
- Voeder- en drinkinstallaties moeten wettelijk zo zijn ontworpen en geplaatst dat rivaliteit tussen dieren wordt voorkomen (RVO).
- Voor guste en dragende zeugen in groepen geldt minimaal 2,25 m² per zeug, waarvan 1,3 m² aaneengesloten dichte vloer (RVO). Die dichte vloer bepaalt mede waar de trog kan komen.
- Schaalvergroting verandert de eis: het gemiddeld aantal varkens per bedrijf steeg naar circa 5.000, bijna 50 procent meer dan tien jaar eerder (CBS, 2025).
Waarom gaat de trogkeuze bij renovatie zo vaak mis?
Wat Van Osch B.V. herhaaldelijk tegenkomt bij renovatieprojecten: de varkenshouder heeft de trog al uitgekozen voordat het voersysteem definitief is. Meestal op materiaal, soms op prijs, bijna nooit op vreetplaatsen. Vervolgens blijkt de trogbak wél te passen in de hokmaat, maar niet bij het aantal dieren dat er tegelijk voor staat.

En dan begint het gedoe. Onrust aan de trog, dieren die elkaar wegduwen, spreiding in aflevergewicht binnen dezelfde afdeling. Dat is geen materiaalprobleem. Dat is een maatvoeringsprobleem dat in de ontwerpfase is ontstaan.
De tweede terugkerende oorzaak is versnippering. Roosters bij de ene partij, troggen bij de tweede, drinkbakken bij de derde, hokafscheidingen bij de vierde. Iedereen levert een correct onderdeel, niemand is verantwoordelijk voor de aansluiting ertussen. Juist bij de trog telt die aansluiting zwaar: de trogrand zit vast aan de hokafscheiding, staat op of naast de dichte vloer en moet vrij blijven van de roostervloer voor reiniging.
Wettelijk gezien is dat geen detail. De regel dat voeder- en drinkinstallaties rivaliteit tussen dieren moeten voorkomen is een ontwerpeis, geen gebruiksadvies. Ze gaat over ontwerp, bouw én plaatsing. Een trog die op zichzelf prima is maar verkeerd hangt, voldoet dus niet aan de bedoeling van die eis.
Hoeveel troglengte per vleesvarken heb je echt nodig?
Troglengte is de bruikbare vreetruimte per dier langs de trogrand, gemeten in meters, en bepaalt hoeveel varkens gelijktijdig kunnen eten.
Bij brijvoedering via een lange trog moeten alle varkens tegelijk kunnen eten. Het Varkensloket houdt daarvoor voor vleesvarkens een minimale troglengte van 0,3 meter per dier aan. Dat is een ondergrens, geen streefwaarde: bij zware eindgewichten en brede dieren loopt de praktijkbehoefte hoger op.
Bij droogvoer geldt een heel andere rekenwijze. Dan draait het om vreetplekken, niet om strekkende meters. Uit onderzoek gekoppeld aan Wageningen University & Research komt naar voren dat de eetsnelheid van varkens lager ligt dan vaak gedacht, met doorgaans één vreetplek per vijf biggen en één per acht vleesvarkens als richtlijn.
De rekensom die je vóór de offerte maakt
Neem een afdeling met twaalf hokken van twaalf vleesvarkens. Bij brijvoer vraagt dat per hok ruwweg 3,6 meter bruikbare trogrand. Bij droogvoer met een dubbelzijdige bak kom je met twee vreetplekken per hok uit op de richtlijn. Twee totaal verschillende hokindelingen, hetzelfde diertal.
Wie die som pas maakt nadat de hokafscheidingen besteld zijn, zit vast. Dat is precies waarom in de ontwerpfase eerst het voersysteem vastligt en pas daarna de trog wordt uitgewerkt, inclusief de aansluiting op de hokinrichting voor vleesvarkens.
Waarom brij en droog niet uitwisselbaar zijn
Vergelijkend onderzoek van Wageningen Food & Biobased Research constateert dat de voerinname bij brijvoer meestal hoger of gelijk is aan die bij droogvoer, en dat beide systemen het natuurlijke gedrag van varkens beperken. Een trog die is ontworpen voor brij, met een gladde bodem en een vloeiende overgang, functioneert bij droogvoer anders: het voer blijft liggen, verzuurt in de hoeken en wordt weggeduwd.
Omgekeerd geldt hetzelfde. Een droogvoerbak ombouwen naar brij levert bijna altijd morsverlies op bij de instroomopening.
Praktisch toepassen:
- Bepaal eerst het voersysteem (brij, droog of gecombineerd) en leg dat schriftelijk vast vóór de hokindeling definitief wordt.
- Reken bij brij met minimaal 0,3 m troglengte per vleesvarken en tel de bruikbare rand, niet de buitenmaat van de bak.
- Reken bij droogvoer met circa één vreetplek per acht vleesvarkens en één per vijf biggen.
- Loop de afdeling in tijdens het voermoment: staan er dieren te wachten of te duwen, dan is de vreetruimte te krap, ongeacht wat de tekening zegt.
Troggen varkens type kiezen: welke trog past bij welk houderijsysteem?
De indeling hieronder vat samen wat in de praktijk per systeem gangbaar is. De materiaalkolom is een richting, geen voorschrift: de definitieve keuze hangt af van voersoort, reinigingsfrequentie en de afschrijvingstermijn die je hanteert.
| Houderijsysteem | Trogtype | Richtlijn vreetruimte | Materiaal dat doorgaans past |
|---|---|---|---|
| Vleesvarkens, brijvoer | Lange trog over hokbreedte | Min. 0,3 m per dier (Varkensloket) | RVS of gietijzer |
| Vleesvarkens, droogvoer | Droogvoerbak, enkel of dubbelzijdig | Circa 1 vreetplek per 8 dieren (WUR-richtlijn) | RVS, kunststof bij lage belasting |
| Biggen, opfok | Compacte bak of korte trog | Circa 1 vreetplek per 5 biggen (WUR-richtlijn) | Kunststof of RVS |
| Kraamzeug | Individuele trog met ruime inhoud | 1 plek per zeug | RVS |
| Dragende zeugen in groep | Trog bij voerligbox of voerstation | 1 plek per zeug bij gelijktijdig voeren | RVS of gietijzer |
Opvallend: de rij die het vaakst tot discussie leidt is die van de dragende zeugen. Daar botst de trogpositie met de wettelijke 2,25 m² per zeug waarvan 1,3 m² dichte vloer. Zet de trog verkeerd en je verliest bruikbare ligruimte die je nodig hebt om aan die dichte-vloereis te voldoen. Wie overweegt door te groeien in groepshuisvesting, doet er goed aan eerst te kijken hoeveel ruimte groepshuisvesting van zeugen echt vraagt.

Hoe ziet zo’n trogkeuze er in de praktijk uit?
Illustratief praktijkvoorbeeld: een typisch renovatietraject in de vleesvarkenshouderij
Stel, een varkenshouder met een vleesvarkensafdeling van rond de 500 dieren wil overstappen van droogvoer naar brijvoer. De bestaande droogvoerbakken staan midden in het hok. Op papier lijkt vervanging simpel: bakken eruit, lange troggen erin.
In de ontwerpfase blijkt het knelpunt elders te zitten. De hokbreedte laat bij het huidige diertal per hok niet genoeg bruikbare trogrand toe om de richtlijn van 0,3 meter per dier te halen. Er zijn twee routes: minder dieren per hok, of de hokafscheidingen verplaatsen zodat de trog over de volle breedte kan lopen.
In dit soort trajecten wordt doorgaans gekozen voor het verplaatsen van de afscheidingen, omdat bezettingsverlies structureel doorwerkt in het saldo. Het resultaat is dan meestal minder onrust rond het voermoment en een kleinere spreiding in aflevergewicht binnen de afdeling. De exacte uitkomst verschilt per bedrijf, maar de richting is consistent: de winst zit in de maatvoering, niet in het merk van de trog.
Deze volgorde, eerst rekenen en dan pas kiezen, is precies waarom maatwerk in de stalinrichting bij renovatie vaak goedkoper uitpakt dan een catalogusoplossing die net niet past.
Welk materiaal kies je voor een trog: RVS, kunststof of gietijzer?
Pas als de maatvoering vastligt, wordt materiaal interessant. En dan telt vooral: wat komt er in de trog en hoe vaak wordt er gereinigd?

RVS is de werkpaardoptie bij brijvoer en bij zeugentroggen. Het is glad, bestand tegen zure brijcomponenten en goed te reinigen met hogedruk. Gietijzer wordt gewaardeerd om massa en vormvastheid, maar vraagt aandacht bij agressieve voersamenstellingen. Kunststof functioneert prima bij lichtere belasting, zoals biggenopfok, maar houdt bij intensief gebruik in vleesvarkenshokken minder lang stand op de randen waar dieren tegenaan duwen en bijten.
De eerlijke conclusie: er is geen materiaal dat overal wint. Wel is er per onderdeel een logische keuze, en die afweging werken we uit in het artikel over RVS, kunststof of gietijzer per varkensstal.
RVS-troggen in maatvoering op de hokbreedte zijn een van de onderdelen die Van Osch B.V. met eigen buislasertechniek en lasrobots in Uden produceert, waardoor een afwijkende hokmaat geen meerprijsdiscussie hoeft op te leveren.
Wat leer je van bedrijven die hun trogkeuze opnieuw deden?
Drie lessen komen telkens terug.
De eerste: reken vreetruimte uit per hok, niet per afdeling. Een afdelingsgemiddelde verbergt precies de hokken waar het knelt.
De tweede: houd rekening met schaalvergroting. Volgens het CBS (2025) daalde de varkensstapel in 2025 met 5,1 procent tot 9,96 miljoen dieren, terwijl het gemiddeld aantal varkens per bedrijf steeg naar circa 5.000. Minder bedrijven, grotere afdelingen. Een trogontwerp dat bij 250 dieren werkbaar was, vraagt bij 500 dieren een andere loop- en reinigingsroute.
De derde: leg de aansluitingen vast bij één partij. Wie troggen, roosters, drinkbakken en afscheidingen bij één producent van stalinrichting belegt, hoeft geen afstemtijd te steken in millimeterverschillen tussen leveranciers. Dat is ook waarom de trogkeuze in een integraal traject hoort, zoals beschreven in de aanpak om maatvoering, voeding en vloer op elkaar af te stemmen.
Praktisch toepassen:
- Maak per hoktype één A4 met: diertal, voersoort, benodigde vreetruimte en beschikbare hokbreedte.
- Check of de trogpositie de dichte vloer niet aantast waar die wettelijk vereist is.
- Vraag bij offerte expliciet naar de bruikbare trogrand in millimeters, niet naar de buitenmaat van de bak.
- Spreek af wie verantwoordelijk is voor de aansluiting trog-afscheiding-vloer, en zet dat op papier.
Veelgestelde vragen
Welke varkensrassen zijn geschikt voor vleesproductie en heeft dat invloed op de trog?
Rasinvloed loopt via gewicht en breedte, niet via het ras zelf. Fokkerij en genetica vallen buiten het vakgebied van stalinrichting, maar het verwachte eindgewicht en de schoftbreedte bepalen wel hoeveel bruikbare trogrand een dier nodig heeft. Houd bij zwaardere eindgewichten ruimer aan dan de ondergrens van 0,3 meter per dier bij brijvoer. Bespreek het beoogde aflevergewicht daarom in de ontwerpfase, niet pas bij bestelling.
Hoe oud wordt een vleesvarken en waarom telt dat mee bij de trogkeuze?
Een vleesvarken wordt doorgaans rond de zes maanden oud afgeleverd, afhankelijk van het streefgewicht. In die periode groeit het dier fors, dus de trog moet functioneren voor zowel het opleggewicht als het aflevergewicht. Een trogrand die bij opleg comfortabel is, kan bij afleveren te krap zijn. Reken daarom altijd met de situatie aan het eind van de ronde.
Wat is de huidige prijs van vleesvarkens en hoe weeg je dat mee in een investering?
Marktprijzen schommelen, dus reken een troginvestering nooit op de dagprijs door. Verstandiger is om te rekenen met de afschrijvingstermijn van de stalinrichting, doorgaans meerdere jaren, en met het verschil in uitval en spreiding in aflevergewicht dat een goede vreetruimte kan opleveren. Actuele noteringen zijn te vinden bij neutrale marktpartijen en statistiekbronnen. Laat een structurele ontwerpkeuze niet afhangen van een tijdelijke prijspiek.
Wat zijn de beste vleesvarkenstroggen voor een bestaande stal?
De best passende trog is degene die de benodigde vreetruimte haalt binnen jouw bestaande hokbreedte. Meet eerst de vrije hokbreedte en bereken het benodigde aantal meters of vreetplekken; pas daarna beoordeel je materiaal en bevestiging. In bestaande stallen is een trog op maat vaak praktischer dan een standaardmaat waar je hokindeling omheen moet worden aangepast. Vraag altijd of de bevestiging aansluit op je huidige hokafscheidingen.
Hoe helpt Van Osch B.V. bij troggen varkens type kiezen?
Van Osch B.V. werkt de trogkeuze uit in de ontwerpfase, samen met roostervloer, hokafscheiding en drinkwatervoorziening. Omdat engineering, productie en assemblage onder één dak in Uden plaatsvinden, kunnen afwijkende hokmaten in maatwerk worden uitgevoerd zonder tussenhandel. De servicebelofte is vastgelegd in de Vijf O’s, met onder meer een terugbelgarantie binnen één werkdag. Meer over de uitvoeringen is te vinden bij het overzicht van RVS-troggen.
Conclusie
Bij troggen varkens type kiezen is de volgorde bepalend: voersysteem, vreetruimte per dier, hokmaat, en pas dan materiaal. Wie die volgorde omdraait, koopt een trog die past in het hok maar niet bij de groep.
Drie concrete vervolgstappen. Tel per hoktype het aantal dieren en zet daar de richtlijn naast: minimaal 0,3 meter troglengte per vleesvarken bij brijvoer, of circa één vreetplek per acht vleesvarkens bij droogvoer. Meet vervolgens de werkelijk bruikbare trogrand in je huidige hokken, niet de buitenmaat. Leg tot slot de aansluiting tussen trog, afscheiding en vloer bij één partij, zodat er geen grijs gebied ontstaat als er iets niet past.
De winst zit zelden in een duurder materiaal. Ze zit in een rekensom die vóór de offerte is gemaakt.
Over Van Osch B.V.
Van Osch is een Nederlands familiebedrijf uit Uden, opgericht in 1939, dat complete maatwerk stalinrichtingen voor de varkenshouderij ontwikkelt, produceert en levert. Het assortiment omvat inrichting voor zeugen, kraamzeugen, biggen en vleesvarkens in RVS, kunststof en staal. Varkenshouders en dealers in Nederland, Europa en daarbuiten worden zowel rechtstreeks als via een internationaal dealernetwerk bediend.
Bronnen
- Varkensloket
- Varkens.nl, 2023 — Varkens
- RVO — Rvo
- CBS, 2025 — Cbs
- Wageningen Food & Biobased Research — Edepot
- Welzijnseisen voor varkens — Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
- Regels voor huisvesting en verzorging van dieren — Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)
- Vraag: hoeveel voeder- en drinkplaatsen bij varkens? — Varkensloket