EN/NL/DE

Snelle samenvatting

Van Osch B.V. ontwerpt kraamstallen voor een levensduur van circa twintig jaar, terwijl de eisen voor kraamzeugen al vanaf 2028 kunnen veranderen. Daarom adviseren wij nu al te sturen op meer hokoppervlak en flexibele fixatie: wachten tot alle regels definitief zijn, kost bouwjaren en maakt een investering niet zekerder. Die onzekerheid verklaart waarom veel zeugenhouders hun investering uitstellen.

Vrijloopkraamhokken: wat de eisen vanaf 2028 betekenen voor uw kraamstal

  • Voor nieuwbouw is een vrijloopkraamhok als eis genoemd vanaf 2028 (voorstel) en 2030 (convenant)
  • Duitsland hanteert 6,5 m² per zeug bij nieuwe kraamhokken, Oostenrijk 5,5 m² vanaf 2033
  • Beter Leven-deelnemers gaan uiterlijk in 2035 naar 7,5 m² per hok
  • Tijdelijke fixatie rond het werpen blijft in vrijwel alle regelingen toegestaan
  • Ontwerp op afdelingsmaat en kelderindeling, niet op het hok alleen

Waarom stellen zeugenhouders hun investering in de kraamstal uit?

Van Osch B.V. hoort bij vrijwel elk kraamstalgesprek dezelfde zin: ik wil geen stal bouwen die over drie jaar niet meer mag. Dat is geen koudwatervrees. Een kraamafdeling gaat doorgaans twintig jaar mee, terwijl de eisen rond kraamzeugen binnen die periode meerdere keren kunnen wijzigen.

Het gevolg is stilstand. Kraamhokken worden opgelapt in plaats van vervangen, terwijl arbeid, biggenoverleving en werkplezier daaronder lijden. En elk jaar uitstel maakt de uiteindelijke investering niet kleiner.

De denkfout zit in het uitgangspunt. Wie wacht op definitieve regels, wacht op iets wat in deze sector zelden compleet af is. De praktische vraag is een andere: welke ontwerpkeuzes zijn robuust onder meerdere scenario’s? Die vraag is wél te beantwoorden, want de bandbreedte waarbinnen de regels zich bewegen is inmiddels behoorlijk zichtbaar. Nederland, Duitsland, Oostenrijk en de keurmerken wijzen alle vier dezelfde kant op: meer vierkante meters en minder fixatie. Alleen tempo en exacte maat verschillen.

Wat is er in 2026 al bekend over de eisen voor vrijloopkraamhokken?

Begin met de cijfers die er liggen. Volgens Nieuwe Oogst wordt het vrijloopkraamhok vanaf 2030 verplicht bij nieuwbouw, als onderdeel van het Convenant Dierwaardige Veehouderij, waarbij ook de speenleeftijd naar 28 dagen gaat. In het wetgevingstraject rond de dierwaardige veehouderij is voor nieuwbouw daarnaast een eerdere datum genoemd, per 2028, voor huisvesting waarbij de kraamzeug zich vrij kan bewegen.

Waarom stellen zeugenhouders hun investering in de kraamstal uit?

Een vrijloopkraamhok is een kraamhok waarin de zeug zich vrij kan bewegen en niet permanent wordt gefixeerd, met een beweegbare of tijdelijk sluitbare box rond het werpen. Dat laatste is belangrijk: vrijloop betekent in vrijwel alle regelingen niet dat fixatie volledig verdwijnt.

Over de landsgrens liggen de maten al vast. In Duitsland schrijft de Tierschutz-Nutztierhaltungsverordnung volgens het Departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse Overheid minstens 6,5 m² per zeug voor bij nieuwe kraamhokken, met fixatie van maximaal vijf dagen en een overgangstermijn van vijftien jaar. Oostenrijk gaat kraamboxen per 2033 verbieden, met minimaal 5,5 m² en tijdelijk vastzetten in de kritieke periode na de geboorte.

En de markt loopt vooruit op de wet. Voor deelnemers aan het Beter Leven-keurmerk wordt het vrijloopkraamhok uiterlijk in 2035 verplicht bij een hokmaat van 7,5 m². Wie levert aan een keten met keurmerkeisen, heeft dus een tweede tijdlijn naast de wettelijke.

Wat betekent die bandbreedte voor je ontwerp?

De genoemde maten liggen ruwweg tussen 5,5 en 7,5 m² per kraamhok. Dat is geen chaos, dat is een ontwerpbereik. Ontwerp je afdeling op de bovenkant van dat bereik, dan is elk scenario daarbinnen gedekt. Ontwerp je op de onderkant, dan zet je jezelf vast.

Uitgangspunt Hokoppervlak Kraamhokken per 100 m² afdeling (indicatief) Fixatie Tijdlijn
Traditioneel kraamhok ca. 4 m² ca. 20 permanent mogelijk bestaand
Oostenrijkse norm 5,5 m² ca. 15 tijdelijk rond werpen 2033
Duitse norm 6,5 m² ca. 13 max. 5 dagen overgangstermijn 15 jaar
Beter Leven 7,5 m² ca. 11 tijdelijk toegestaan uiterlijk 2035

De cijfers per afdeling zijn indicatief en exclusief gangpad en techniekruimte; de werkelijke bezetting hangt af van de afdelingsmaat en de kelderindeling.

Hoe maak je nu een kraamstalkeuze die in 2030 nog werkt?

Stap 1: bepaal je harde tijdlijn, niet de algemene

Zoek uit welke datum voor jouw bedrijf leidend is. Bouw je nieuw, dan telt de nieuwbouwdatum. Lever je aan een keten met keurmerkeisen, dan telt 2035 mogelijk eerder. Zet beide data op papier en reken terug: vergunningstraject, ontwerp, productie en montage vragen samen doorgaans meer dan een jaar.

Stap 2: reken je afdeling door op het ruimste scenario

Neem 7,5 m² per hok als bovengrens en kijk hoeveel hokken er dan nog in je bestaande afdeling passen. Valt dat aantal onder je kraamgroep, dan is renovatie binnen dezelfde muren geen optie en verschuift de discussie naar uitbreiding of een andere groepsindeling. Beter dat je dit nu weet dan na de eerste offerte.

Stap 3: controleer mestkelder en roostervloer vóór het hokontwerp

Een groter hok betekent een andere verdeling tussen dichte vloer, roostervloer en mestkanaal. In renovaties loopt dit vaker vast op de kelderindeling dan op het staal. Laat de bestaande kelderputten en balkposities inmeten voordat er een hoktekening komt, precies zoals bij het uitwerken van een zeugenstal op maat gebeurt.

Stap 4: kies een uitvoering met flexibele fixatie

Kies geen systeem waarin fixatie helemaal ontbreekt en ook geen systeem waarin de box vaststaat. De uitvoeringen die het langst meegaan, hebben een beweegbare box die je een paar dagen rond het werpen kunt sluiten en daarna opent. Zo blijf je binnen de Duitse vijfdagenlijn en de Oostenrijkse uitzondering, zonder je systeem te vervangen als de regels aanscherpen.

Stap 5: bescherm de biggen met de vloer, niet alleen met de box

In de nieuwbouw zeugenstal in Egchel (2021) werkte Van Osch B.V. met gecoate beweegbare roosters in de kraamhokken, waardoor de zeug nagenoeg niet op de biggen kan gaan liggen. Dat principe wordt belangrijker naarmate fixatie korter duurt: de bescherming verschuift van de box naar de vloer en de hokindeling.

Stap 6: leg bediening en arbeid vast in het ontwerp

Een groter hok betekent meer meters lopen per dier. Tel het aantal handelingen per zeug per dag in je huidige afdeling en toets elk nieuw ontwerp daarop. Bedieningspunten aan de gangzijde, één handeling om de box te sluiten, en voer- en waterpunten die je vanaf het gangpad bereikt schelen structureel arbeidstijd.

Stap 7: leg de scenario’s naast elkaar in geld

Vergelijk niet twee offertes, maar drie scenario’s: doorgaan met het huidige hok, renoveren naar vrijloop en nieuwbouw. Reken per scenario met kraamhokken per afdeling, arbeidsuren per week en de resterende afschrijvingsjaren voordat de eerstvolgende datum uit stap 1 in beeld komt.

Praktisch toepassen:

  • Meet je afdeling na en deel de netto hokruimte door 7,5 m²: minder hokken dan je kraamgroep? Dan is uitbreiding onderdeel van het plan
  • Vraag bij elke offerte expliciet om de vrije hokmaat in m², niet om de buitenmaat van de constructie
  • Check of de box in het aangeboden systeem later te vervangen is zonder de vloer open te breken
  • Zet de eerstvolgende relevante datum voor jouw keten in je bedrijfsplanning en tel er minimaal twaalf maanden voorbereiding vanaf

Vrijloopkraamhokken toekomstige ontwikkelingen: waarom fixatie niet verdwijnt

Hier gaat het gesprek vaak mis. Veel zeugenhouders horen vrijloop en denken: nooit meer vastzetten, dus meer uitval. Onderzoek uit het driejarige Duitse InnoPig-project (Universiteit Kiel) laat zien dat die zorg niet uit de lucht komt: de biggensterfte door dooddrukken lag aanzienlijk hoger in systemen met vrij werpen zonder fixatie dan in systemen waarin de zeug rond de geboorte wel werd vastgezet.

Wat is er in 2026 al bekend over de eisen voor vrijloopkraamhokken?

Maar dat is precies waarom de regelgeving die kant niet op gaat. Duitsland staat vijf dagen fixatie toe, Oostenrijk laat vastzetten toe tijdens de kritieke overlevingsperiode. De ontwikkeling gaat naar minder en korter fixeren, niet naar nul. Wie zijn ontwerp daarop baseert, kiest een systeem dat zowel welzijnseisen als biggenoverleving bedient.

De echte ontwerpvraag is dus niet of je mag vastzetten, maar hoe snel en hoe eenvoudig je dat kunt doen. Een box die je met één handeling sluit terwijl de zeug ligt, is in de praktijk meer waard dan een paar decimeter extra hokruimte.

Waar let je op bij het beoordelen van een offerte voor een vrijloopkraamstal?

Een vaak gehoord bezwaar: leveranciers beloven in de offertefase van alles, maar zijn onvindbaar als er tijdens de montage iets niet klopt. Bij een kraamstalombouw met een strakke leegstandsplanning is dat geen detail.

Drie dingen zijn nu al te toetsen. Vraag naar afgeronde vrijloopprojecten en bel er een na. Van Osch B.V. realiseerde onder meer een vrijloopkraamstal in het Duitse Wolferstedt, waarbij de Duitse eisen rond hokmaat en fixatie leidend waren in het ontwerp. Vraag daarnaast wie de constructie zelf produceert: bij eigen productie zijn maatafwijkingen en vervangingsonderdelen sneller opgelost dan bij ingekochte pakketten. En vraag wat er gebeurt als je belt na oplevering. De servicebelofte van Van Osch B.V., vastgelegd in de Vijf O’s, bevat onder meer een terugbelgarantie binnen één werkdag.

Toets tot slot of de aanbieder één pakket levert. Roosters, troggen, drinkbakken en wanden bij vier partijen bestellen kost afstemtijd en levert bij maatverschillen discussie op.

Welke fouten maken zeugenhouders bij de overstap naar vrijloop?

De eerste en duurste: alleen het hok tekenen. Een vrijloopkraamhok is groter, dus verandert de afdeling, het gangpad, de kelderindeling en vaak de ventilatie. Wie het hok los ontwerpt, ontdekt bij montage dat het aantal hokken niet klopt.

Hoe maak je nu een kraamstalkeuze die in 2030 nog werkt?

De tweede fout is een systeem kiezen zonder werkbare fixatiemogelijkheid, uit angst dat vastzetten straks helemaal niet meer mag. Het InnoPig-onderzoek en de Duitse en Oostenrijkse regels wijzen beide de andere kant op.

De derde: uitgaan van catalogusmaten. Bestaande zeugenstallen hebben zelden ronde maten, en juist bij een groter kraamhok tikt elke centimeter door in het aantal hokken. Bij een kraamstalinrichting die op rust en biggenoverleving is ontworpen begint het werk daarom met inmeten.

De vierde fout is te laat beginnen. Vergunning, ontwerp, productie en montage in de leegstandsperiode passen niet in een paar maanden.

Praktisch toepassen:

  • Laat de hele afdeling intekenen, inclusief gangpad, kelder en ventilatie, voordat je een hoktype kiest
  • Eis in het ontwerp een fixatiestand die met één handeling bereikbaar is
  • Laat inmeten op locatie in plaats van te rekenen met bouwtekeningen uit het archief
  • Plan de montage in een leegstandsvenster en werk terug in de agenda vanaf die week

Veelgestelde vragen

Wanneer wordt een vrijloopkraamhok verplicht in Nederland?

Voor nieuwbouw. Volgens het Convenant Dierwaardige Veehouderij wordt het vrijloopkraamhok vanaf 2030 verplicht bij nieuwbouw, terwijl in het wetgevingstraject voor nieuw te bouwen stallen ook 2028 is genoemd. Voor bestaande stallen gelden andere termijnen. Houd voor je eigen planning de vroegste datum aan die op jouw bouwplan van toepassing is.

Hoe groot moet een vrijloopkraamhok zijn?

Reken op 5,5 tot 7,5 m² per hok. Duitsland hanteert minstens 6,5 m² per zeug bij nieuwe kraamhokken, Oostenrijk 5,5 m² vanaf 2033 en het Beter Leven-keurmerk 7,5 m² uiterlijk in 2035. Ontwerp je afdeling op de bovenkant van dat bereik, dan blijft de indeling bruikbaar als de norm meebeweegt.

Mag de zeug in een vrijloopkraamhok nog worden vastgezet?

Tijdelijk wel. In Duitsland is fixatie tot maximaal vijf dagen toegestaan en in Oostenrijk mag de zeug worden vastgezet tijdens de kritieke overlevingsperiode van pasgeboren biggen. Duits onderzoek uit het InnoPig-project laat zien dat de biggensterfte door dooddrukken zonder die tijdelijke fixatie aanzienlijk hoger uitvalt.

Kan ik een bestaande kraamstal ombouwen naar vrijloop?

Vaak wel, mits de afdeling en de kelder meewerken. De doorslaggevende factoren zijn de netto afdelingsmaat, de kelderindeling en het aantal hokken dat je overhoudt bij een groter hokoppervlak. Deel de netto hokruimte door de beoogde hokmaat: kom je onder je kraamgroep uit, dan is uitbreiding of een andere groepsindeling nodig.

Hoe helpt Van Osch B.V. bij de keuze tussen traditionele kraamhokken en vrijloop?

Met een ontwerp dat begint bij inmeten, niet bij een catalogus. Het bedrijf, opgericht in 1939 en met eigen engineering en productie in Uden, werkt afdeling, kelderindeling en bedieningsroutine uit tot hokniveau en heeft vrijloopkraamstallen gerealiseerd onder onder meer Duitse eisen. Op de pagina over kraamzeugenhuisvesting staan de beschikbare uitvoeringen op een rij.

Conclusie

De onzekerheid rond vrijloopkraamhokken toekomstige ontwikkelingen is kleiner dan het gevoel dat erbij hoort. De maten liggen ruwweg tussen 5,5 en 7,5 m², tijdelijke fixatie blijft in vrijwel elke regeling overeind, en de eerste nieuwbouwdata liggen tussen 2028 en 2030. Dat is genoeg om een ontwerp op te baseren.

Begin daarom niet met de vraag of je moet investeren, maar met drie concrete stappen: laat je afdeling inmeten, reken door hoeveel hokken van 7,5 m² erin passen en zet de eerstvolgende datum die voor jouw keten geldt in de bedrijfsplanning. Blijkt renovatie binnen de bestaande muren onhaalbaar, dan weet je dat nu in plaats van in 2029.

Wie zo werkt, kiest geen gok maar een ontwerpbereik. En dat is precies wat een kraamstal twintig jaar bruikbaar houdt.

Artikel gemaakt met Launchmind