EN/NL/DE

Een biggenafdeling renoveren bij een groepskraamsysteem zonder knelpunten in groei lukt als je de afdeling ontwerpt vanuit de groep die uit de kraamstal komt. De oude hokken zijn daarbij geen uitgangspunt. In een groepskraamsysteem lopen biggen van meerdere tomen al in de eerste levensweken samen. Die groep wil je bij het spenen intact houden. Hokgrootte, vreetplaatsen, drinkpunten en het aantal afdelingen moeten daarom passen bij de groepsgrootte en het ronderitme van je kraamstal. Vervang je alleen de hokinrichting op de oude maat, dan verschuift het knelpunt naar de voerbak, de vloer of de laatste weken voor het afleveren.

Biggenafdeling renoveren: zo voorkomt u knelpunten in de groei

Waarom stokt de groei na het spenen in een vernieuwde biggenafdeling?

Het komt vaak voor: de afdeling is net opgeleverd, de hokafscheidingen zijn nieuw en de roostervloer ligt strak, maar na een paar weken lopen de groepen uit elkaar. Een deel van de biggen groeit goed door, een ander deel blijft achter bij de voerbak. Tegen het einde van de ronde zitten de hokken vol en moet je groepen splitsen of eerder verplaatsen.

De oorzaak zit meestal niet in het materiaal, maar in de maatvoering en de logistiek. Bij een groepskraamsysteem is de samenstelling van de groep al vroeg bepaald. Uit onderzoek van Wageningen University & Research blijkt dat zeugen na het afbiggen terug mogen naar de naastgelegen ruimte, zodat de sociale structuur van de zeugengroep zoveel mogelijk blijft bestaan. De biggen volgen ongeveer acht dagen na de geboorte, zodra het contact tussen zeug en big sterk genoeg is.

Bij het spenen kennen biggen dus al een groep van meerdere tomen. Een biggenafdeling die is ingedeeld op losse tomen van tien tot twaalf biggen dwingt je om die groep op te knippen en opnieuw te mengen. Daarmee gooi je het voordeel van het groepskraamsysteem weg, precies op het moment dat de biggen al de overgang naar vast voer en een nieuwe omgeving moeten maken.

Welke knelpunten ontstaan bij het renoveren van een biggenafdeling?

Bij renovaties achter een groepskraamsysteem keren vier knelpunten steeds terug. Ze hangen met elkaar samen, dus het loont om ze samen te bekijken:

  • Oppervlak dat aan het einde van de ronde opraakt. Het Besluit houders van dieren schrijft per gespeend varken een minimale beschikbare oppervlakte voor op basis van het gemiddelde gewicht. Volgens RVO is dat 0,20 m² tot 15 kg en 0,30 m² van 15 tot 30 kg. Een hok dat is berekend op het opleggewicht, zit bij het afleveren te krap.
  • Hokgrootte die niet past bij de kraamgroep. Komen er per groepskraameenheid bijvoorbeeld zestig biggen uit, dan levert een indeling in hokken van twaalf vijf deelgroepen op, en dus opnieuw mengen.
  • Te weinig vreetplaatsen of drinkpunten per groep. Een grotere groep met één voerautomaat geeft rangordegedrag aan de trog. De lichtere biggen eten dan later en minder.
  • Afdelingen die niet aansluiten op het ronderitme. Heb je één afdeling te weinig, dan ontbreekt de tijd voor reinigen en drogen tussen twee rondes, of moet je biggen te vroeg doorschuiven.

Wat deze knelpunten gemeen hebben: ze zijn vooraf uit te rekenen. Ze ontstaan omdat de afdeling als losse ruimte is ontworpen en niet als vervolg op de kraamstal.

Waarom volstaat het vervangen van hokken op de oude maat niet?

De meeste bestaande biggenafdelingen zijn ontworpen in een tijd van individuele kraamboxen en speengroepen per toom. Die indeling past slecht bij een groepskraamsysteem, waar biggen in grotere, wisselende aantallen binnenkomen. Een renovatie op de bestaande schotlijnen houdt die oude logica in stand.

Welke knelpunten ontstaan bij het renoveren van een biggenafdeling?

Daar komt bij dat het aantal biggen per kraamgroep van ronde tot ronde verschilt. Onderzoek van WUR concludeert dat de biggensterfte, vooral door doodliggen, in groepskraamsystemen hoger is dan in traditionele kraamhokken met een zeug in een kraambox. Voor de biggenafdeling betekent dat: de ene ronde komen er meer biggen binnen dan de andere. Vaste hokmaten zonder verstelbare tussenschotten vangen die spreiding niet op.

Ook de kraamstal zelf verandert. Volgens de voorgenomen Wet wijziging dierwaardige veehouderij moeten kraamzeugen vanaf 2028 gehuisvest worden in systemen waarin de zeug zich vrij kan bewegen, zoals een vrijloopkraamhok. Dat meldt Varkensbedrijf.nl. Hoe die wet er definitief uitziet, staat nog niet vast. Wel is duidelijk dat veranderingen in de kraamstal doorwerken in groepsgrootte en speenleeftijd, en dus in de biggenafdeling erachter.

Tot slot passen hokken in catalogusmaat zelden precies in een bestaande stal. Putranden, kolommen, afwijkende afdelingsbreedtes en oude doorgangen leiden ertoe dat de monteur ter plaatse moet inkorten, opvullen of improviseren. Elke aanpassing op de bouwplaats kost tijd en levert vaak een minder strakke aansluiting op, met hoeken die moeilijk te reinigen zijn.

Hoe ontwerp je een biggenafdeling die aansluit op een groepskraamsysteem?

Begin bij de kraamgroep en reken terug. Hoeveel biggen speen je per groepskraameenheid, gemeten over meerdere rondes? Wat is de spreiding? En op welk gewicht verlaten ze de biggenafdeling? Uit die drie getallen volgt de hokoppervlakte die je nodig hebt aan het einde van de ronde, niet aan het begin.

Daarna volgt de indeling. Wie de capaciteit en de looproutes in het hele bedrijf wil doorrekenen, vindt in het artikel over capaciteit, vloer en routing van biggenhokken een uitgebreidere aanpak. Voor de aansluiting op het groepskraamsysteem gelden een paar specifieke keuzes:

Knelpunt Oorzaak Aanpak bij renovatie
Oppervlak raakt op Hok berekend op opleggewicht Oppervlakte berekenen op afleveringsgewicht volgens art. 2.17
Groepen opknippen Hokmaat per toom Hokgrootte afstemmen op de kraamgroep, met verstelbare tussenschotten
Achterblijvers bij de trog Te weinig vreetplaatsen Aantal vreetplaatsen en drinkpunten koppelen aan groepsgrootte en voersysteem
Geen tijd voor reinigen Afdelingen niet op ritme Aantal afdelingen afleiden van het kraamritme plus leegstand

Let ook op de overgang in voer. Biggen die in het kraamhok al aan een biggenvoerbak gewend zijn, pakken in de biggenafdeling sneller vast voer op als de voervoorziening herkenbaar is. Hoe je die voerbakken kiest en plaatst, staat in het overzicht over biggenvoerbakken in vrijloopkraamhokken. De materiaalkeuze per zone, zoals kunststof wanden en RVS rond voer en water, bepaalt vooral de reinigingstijd tussen rondes.

Een voorbeeld maakt het concreet. Stel, je renoveert een biggenafdeling in een stal waar de afdelingen door een oude kolomstructuur tien tot twintig centimeter in breedte verschillen. Op de oude maat zou elke afdeling dezelfde hokfronten krijgen, die de monteur per afdeling moet inkorten. Na het inmeten worden hokfronten en tussenschotten per afdeling op maat gemaakt, en de hokindeling wordt van vijf toomhokken naar twee groepshokken met een verstelbaar schot gebracht. Het effect: de montage past zonder dat er ter plaatse gezaagd of gelast wordt, en elke afdeling is binnen één leegstandsperiode klaar in plaats van verspreid over meerdere rondes.

Hoe plan je de renovatie zonder dat je ronde vastloopt?

Een renovatie van de biggenafdeling raakt je hele bedrijfsritme. Met deze volgorde houd je grip op planning en kosten:

  1. Verzamel de cijfers van je kraamgroepen. Neem het aantal gespeende biggen per groep over minstens een paar rondes, inclusief de kleinste en grootste groep. Dat bepaalt het bereik van je verstelbare hokken.
  2. Laat de afdelingen exact inmeten. Leg putranden, kolommen, deuropeningen en de ligging van voer- en waterleidingen vast voordat er een tekening wordt gemaakt.
  3. Reken de oppervlakte door op het eindgewicht. Toets de berekening aan het Besluit houders van dieren en aan de stalbeschrijving in je omgevingsvergunning. Vraag je adviseur of een gewijzigde indeling gevolgen heeft voor het vergunde stalsysteem.
  4. Kies voer en water per hok, niet per afdeling. Leg vast hoeveel vreetplaatsen en drinkpunten elke groep krijgt, passend bij je voersysteem.
  5. Plan per afdeling binnen de leegstand. Maak een schema waarin elke afdeling tussen twee rondes wordt omgebouwd. De onderdelen moeten dan op maat klaarliggen, zodat de montage binnen die periode past.
  6. Laat de tekening goedkeuren door wie er werkt. Medewerkers zien vaak direct waar een looproute, deur of schuif niet handig zit.

Het meeste risico zit in stap 2 en 5. Een maatfout die pas tijdens de montage aan het licht komt, kost al snel een ronde vertraging. Een producent die zelf inmeet en op maat produceert, kan een wijziging na het inmeten nog verwerken voordat er iets gemaakt is.

Waarom volstaat het vervangen van hokken op de oude maat niet?

Veelgestelde vragen

Mag een groep gespeende biggen op minder ruimte dan de basisnorm?

Groepskorting is beperkt mogelijk: volgens het Besluit houders van dieren mag de beschikbare oppervlakte per varken met een gemiddeld gewicht boven 15 kg met 10% omlaag als de dieren in groepen van meer dan 40 worden gehouden. Bij een groepskraamsysteem met grote speengroepen kan dat de indeling beïnvloeden. Reken wel altijd door op het eindgewicht en controleer of je vergunde stalsysteem dezelfde oppervlakte aanhoudt.

Mag de biggenafdeling een volledige roostervloer hebben?

Volledige roostervloer is voor gespeende varkens toegestaan, mits de vloer niet van beton is, zo staat in artikel 2.18 van het Besluit houders van dieren. Kies je toch voor betonnen roosters, dan noemt RVO een minimale balkbreedte van 50 millimeter in stallen voor biggen en gespeende varkens.

Moet je biggen uit een groepskraamsysteem bij het spenen bij elkaar houden?

Groepen intact houden ligt voor de hand, omdat de biggen elkaar al vanaf de eerste levensweken kennen. Opnieuw mengen bij het spenen betekent dat de rangorde opnieuw bepaald moet worden, op een moment dat de biggen al wennen aan vast voer. Een hok dat de hele kraamgroep kan opnemen, met een schot om eventueel te splitsen, houdt beide opties open.

Kun je een biggenafdeling renoveren terwijl de rest van het bedrijf doordraait?

Gefaseerd renoveren is in de praktijk de gangbare route: je bouwt steeds één afdeling om in de leegstand tussen twee rondes. Dat werkt alleen als alle onderdelen op maat klaarliggen en de montage binnen die periode past. Houd rekening met een tijdelijk kleinere capaciteit en stem die af met je kraamritme.

Wat verandert er voor de biggenafdeling als de kraamstal naar vrijloop gaat?

Vrijloopkraamhokken veranderen vaak de indeling en soms het aantal kraamplaatsen, en daarmee de groepsgrootte die naar de biggenafdeling doorstroomt. Ontwerp je de biggenafdeling nu met verstelbare tussenschotten, dan kun je zo’n verschuiving opvangen zonder opnieuw te verbouwen.

Waar begin je met je biggenafdeling?

Begin bij de cijfers van je kraamgroepen en een exacte opmeting van de afdelingen. Daaruit volgen hokgrootte, vreetplaatsen en planning, zodat je groepskraamsysteem en biggenafdeling op elkaar aansluiten. Van Osch B.V. is sinds 1939 een familiebedrijf dat biggenhokken in eigen beheer ontwerpt en produceert in Uden, afgestemd op de maten van je bestaande stal. Volgens de Vijf O’s (Oplossingsgericht, Ondersteunend, Open, Opgeruimd, Oprecht) word je binnen één werkdag teruggebeld. Wil je je eigen afdeling laten doorrekenen? Vraag dan advies of een offerte aan via de pagina over stalinrichting op maat.

Hoe ontwerp je een biggenafdeling die aansluit op een groepskraamsysteem?

Veelgestelde vragen over biggenhokken en groepskraamsystemen

Hoeveel biggen passen er in één hok?

Dat hangt af van het gewicht bij opleg, het gewenste aflevergewicht, de beschikbare vloeroppervlakte en het voersysteem. Reken niet alleen met de minimale wettelijke ruimte: extra ruimte bij voer- en drinkplaatsen helpt rangordeproblemen en uitval beperken. Laat de bezetting daarom berekenen op basis van je eigen opleg- en aflevermomenten.

Zijn dichte of open tussenschotten beter?

Dichte tussenschotten geven meer rust en beperken tocht tussen hokken. Open of gedeeltelijk open schotten verbeteren juist het zicht en kunnen de ventilatie ondersteunen. In de praktijk werkt een combinatie vaak goed: een dicht liggedeelte met een meer open voorzijde richting voerpad.

Welke vloer is geschikt voor gespeende biggen?

Een combinatievloer is meestal praktisch. Biggen hebben een comfortabel, warm ligvlak nodig, terwijl een roostervloer in het mestgedeelte de hygiëne en afvoer ondersteunt. De juiste verhouding hangt af van klimaat, reinigingswijze en leeftijd van de dieren.

Hoe voorkom ik tocht in een biggenafdeling?

Voorkom dat verse lucht direct op de biggen valt. Zorg voor voldoende inlaatcapaciteit, een goede luchtverdeling en een duidelijk warmer microklimaat in het liggedeelte. Ook de positie van hokken ten opzichte van deuren, ventilatie-inlaten en mestkanalen verdient aandacht.

Kan ik bestaande biggenhokken aanpassen?

Vaak zijn delen van een bestaande afdeling te behouden, bijvoorbeeld voerleidingen, roosters of afscheidingen. Wel is het belangrijk om eerst te controleren of de huidige maatvoering, vloerindeling en vreetplaatsen nog passen bij de nieuwe groepsgrootte en werkwijze. Soms is gericht aanpassen voordeliger dan volledig vervangen, maar bij grote verschillen in indeling is maatwerk vaak de meest logische oplossing.

Wanneer kan ik het beste verbouwen?

Plan een verbouwing bij voorkeur rond een leegstandsmoment van een afdeling. Daarmee beperk je het verplaatsen van dieren en houd je de reiniging en opstart overzichtelijk. Bestel maatwerk tijdig, zodat inmeten, productie en montage aansluiten op je productieritme.

Tot slot

Een goed ontworpen biggenafdeling sluit aan op de groepsgrootte uit de kraamstal, de beschikbare ruimte en de dagelijkse werkwijze op jouw bedrijf. Door vooraf nauwkeurig te meten en de afdelingen als één geheel te bekijken, voorkom je onnodige aanpassingen achteraf. Zo creëer je een praktische, hygiënische en toekomstbestendige omgeving voor biggen én medewerkers.

Bronnen

Artikel gemaakt met Launchmind